Copywright UZ Gent
 

Zorg moet toegankelijk zijn voor iedereen en dat houdt ook een goede bereikbaarheid van zorginstellingen in. Steeds meer ziekenhuizen werken samen in netwerken en gaan op zoek naar een nieuwe locatie, soms aan de rand van de stad. Zijn deze sites ook bereikbaar met het openbaar vervoer en de fiets? AZ Groeninge in Kortrijk werkte hiervoor samen met de stad en De Lijn. Ook in Gent werkten alle actoren samen tijdens de voorbereiding van het Circulatieplan. Onderzoeker Thomas Van Outrive (UA) wijst op het belang van mobiliteit in de zorgsector omwille van de sociale dimensie.
 

Ziekenhuizen moeten bereikbaar zijn voor patiënten, bezoekers en medewerkers. AZ Groeninge in Kortrijk is een regionaal fusieziekenhuis dat verhuisde naar een nieuwbouw in de rand van de stad. Er zijn zowat 2800 personeelsleden en jaarlijks ruim 58.000 patiënten, alleen al voor dagopnames. Het vergt dan ook heel wat organisatie om dergelijke intensieve verkeersstromen in goede banen te leiden. “Onze nieuwe site is 15 hectare groot, plaats die we in de stadskern niet vonden. Maar we opteerden er wel voor om in het centrum van de stad nog een campus open te houden. Daar wordt zeker nog gebruik van gemaakt. Aanvankelijk kregen we wel eens te horen dat het nieuwe ziekenhuis minder goed te bereiken zou zijn, maar dat valt heel goed mee”, zegt Stefaan Lammertyn van AZ Groeninge.
 

Overleg
De nieuwbouw ligt aan het verkeersknooppunt het Ei. Er kwam een degelijke bewegwijzering naar het ziekenhuis. Ook werd een eigen oprit naar de autosnelweg aangelegd, meteen handig voor ziekenwagens. Patiënten, bezoekers en personeel krijgen het advies om indien mogelijk de fiets of het openbaar vervoer te gebruiken. Er kwamen in overleg met het stadsbestuur enkele fietstrajecten. De fietsafstand tot het stadscentrum bedraagt drie kilometer. Uit cijfers blijkt dat ongeveer 500 werknemers heel regelmatig met de fiets naar het werk komen.
 

Ook De Lijn werd bij de plannen betrokken. Het resulteerde in aparte busstroken en frequente verbindingen tussen het station, het ziekenhuis en de binnenstad. In de koffielounge van het ziekenhuis hangt een bord met realtime informatie over de bussen. “We hebben extra aandacht voor wie minder mobiel is. De bouwvoorschriften bepaalden dat we niet teveel in de hoogte mochten bouwen waardoor de site vrij uitgestrekt is en er lange wandelafstanden zijn. Binnen is er een shuttle die patiënten indien nodig vervoert. Op de parkeerplaats kan je een elektrische shuttle nemen die je naar het onthaal brengt. Er zijn ook enkele voordelen, zo hadden we de mogelijkheid een helihaven te realiseren. Het duurt ongeveer 20 tot 30 minuten om naar Leuven te vliegen. We hebben nu ook een aangename groene omgeving. Samen met Natuurpunt maakten we de brochure ‘Natuur is Gezond’ met onder meer heel wat tips voor patiënten die een beroerte doormaakten.”
 

Copywright AZ Groeninge
 


Copywright AZ Groeninge
 

Woonwijk
Ook ziekenhuizen die wel nog in het centrum liggen, hebben nood aan alternatieven voor het autoverkeer. Jessa Ziekenhuis in Hasselt heeft twee campussen in woonwijken: Virga Jessa en Salvator. Het personeel wordt gestimuleerd om met de fiets of de bus te komen. Dat is nodig omdat het aantal parkeerplaatsen op de campussen beperkt is en omwille van de leefbaarheid van de omgeving. Wie 75 procent van de verplaatsingen met de fiets doet, krijgt een bedrijfsfiets. Het onderhoud daarvan gebeurt enkele keren per jaar op de campus. Het slaat aan, temeer omdat de stad Hasselt investeerde in fietsinfrastructuur. Campus Virga Jesse legt ook een pendelbus in naar een gratis parking in de buurt. Ook campus Salvator promoot alternatieve vervoerswijzen en heeft bijvoorbeeld een oplaadpaal voor elektrische voertuigen.
 

Het kan ook in hartje Brussel. UMC Sint-Pieter stelt bedrijfsfietsen ter beschikking en betaalt het fietsverkeer van en naar het werk terug. Sinds 2016 is het aantal terugbetalingen met 9% toegenomen, wat er op wijst dat er meer gefietst wordt. Er is ook een platform voor carpooling dat personeelsleden toelaat gemakkelijker een collega te vinden om samen te rijden.
 

Circulatieplan Gent
Gent voerde op 3 april 2017 een nieuw circulatieplan in. Het opzet is de doorstroming van het verkeer te optimaliseren en de leefbaarheid in de woonbuurten te vergroten. Het voetgangersgebied in het historisch centrum werd uitgebreid. Een blikvanger waren de drie ‘knips’: doorgaand verkeer is er niet meer mogelijk, met uitzonderingen voor onder meer hulpdiensten, zorgverstrekkers en openbaar vervoer. Het plan kwam er op impuls van schepen voor mobiliteit Filip Watteeuw (Groen). Er was vooraf veel overleg, zoals met de zorgsector. Mobiliteitsambtenaar Louis De Geest fungeerde als coach voor de sector: “We legden contact met ziekenhuizen, mutualiteiten, huisartsenverenigingen, thuiszorgorganisaties… We polsten welke vragen er leefden en we bekeken samen hoe we hen konden ondersteunen.”
 

Copywright Arijs
 

Knip Bargiebrug
 

Directe lijn
Louis De Geest wijst op het belang van een vast aanspreekpunt dat snel reageert. Er kwam veel vraag naar informatie en dat leidde tot tal van gesprekken en presentaties voor bijvoorbeeld het personeel, de gebruikers en soms ook de patiënten. “We maakten een plannetje dat AZ Sint-Lucas, die binnen de stadsring ligt, in zijn tijdschrift publiceerde. Voor hen was het enorm belangrijk de achterban te informeren. Uiteindelijk had het Circulatieplan in de praktijk weinig gevolgen voor hun mobiliteit. Alle Gentenaars kregen ook de Wijze Gazet in de bus, een krant over het Circulatieplan, die actief in zorginstellingen werd verspreid. Op vraag van lokale dienstencentra kwam er een folder over hoe de nieuwe parkeerautomaten te gebruiken en die was ook zinvol in zorginstellingen. Een mutualiteit verspreidde actief de Parkeer + Zorgstickers bij haar leden. Ook handig was de online FAQ die we samenstelden op basis van de vragen die binnenliepen.”
 

Bezorgdheden
Aanvankelijk waren er toch wel wat bezorgdheden. Louis De Geest geeft aan dat het overleg enkele concrete aanpassingen met zich meebracht. “De vergunningen bleken vaak de moeilijkste dossiers. Er kwam een aanpassing: alle zorgverstrekkers kunnen een vergunning aanvragen om in het autovrije gebied en door de knips te rijden. Dat speelde ook in op de vraag van het Wit-Gele kruis dat overwoog scooters in te zetten voor de huisbezoeken en vroeg of die door de knips mochten. Een zorginstelling vreesde voor filevorming in de buurt, een mutualiteit zag hoe haar parking voortaan in het nieuwe voetgangersgebied zou liggen. Het was voor de organisatie een hele klus om alle wagens in het vergunningensysteem op te nemen. Bij een feedbackronde na de invoering van het Circulatieplan, werd dat op voorstel van de mutualiteit bijgestuurd.
 

Ruimere thema’s
Het initiatief van het stadsbestuur gaf zorginstellingen de mogelijkheid om ook andere zaken aan te kaarten. “Dat was heel boeiend. Omdat we zo snel reageerden, waren we ook veel vlugger op de hoogte van andere bekommernissen. AZ Jan Palfijn ligt buiten de stadsring en had geen specifieke vragen over het Circulatieplan. Wel wezen ze op enkele van hun doelgroepen, zoals oudere of minder mobiele patiënten. Ze vroegen of een telefonische aanvraag van een vergunning voor hun bezoekers mogelijk zou zijn, maar dat is niet gelukt omdat je je bij de aanvraag moet identificeren. Toch is het belangrijk om zulke items naar beleidsmakers door te spelen. Een seniorie aan Coupure Links, die inmiddels een fietsstraat is, pleitte voor een extra zebrapad en deze suggestie wordt onderzocht. Sommige organisaties meldden dat ze plannen wilden uitwerken om hun medewerkers meer op de fiets te krijgen. Ik kon hen doorverwijzen naar een collega die ondersteuning biedt bij het opstellen van bedrijfsvervoersplannen. Hoe dan ook is het voor zorginstellingen gemakkelijker geworden met ons contact op te nemen. Ze kennen nu de weg en dat is dus heel positief.”
 

Modal split
Thomas Vanoutrive is docent en verbonden aan de Onderzoeksgroep voor Stadsontwikkeling van de Universiteit Antwerpen. Hij lanceerde de term ‘hospi mospi’ wat staat voor hospital modal split indicator. “Ik leg me onder meer toe op transportonderzoek. Wat is de modal split van een stad? Wie neemt de auto, wie de fiets, wie het openbaar vervoer? Ik stelde vast dat het heel moeilijk was om steden met elkaar te vergelijken omdat ze zo verschillend zijn. Het lukte wel met de personeelsgroepen van ziekenhuizen. Die zijn immers vrij identiek. Ook bleek dat er een verband is tussen het mobiliteitsprofiel van een stad en de personeelsgroep van ziekenhuizen. In een fietsstad nemen personeelsleden van ziekenhuizen vaker de fiets, zoals in Brugge en Sint-Niklaas.”
 

Sociale dimensie
De bereikbaarheid van een ziekenhuis heeft ook een sociale weerslag. Vanoutrive verwijst hiervoor naar schaalvergroting in de sector. “Er zijn economische argumenten om je af te vragen of elk ziekenhuis pakweg een materniteit moet hebben. Maar je mag niet vergeten dat toegang tot gezondheidszorg een basisrecht is. De sociale dimensie mag je niet verwaarlozen. Door de vergrijzing komen er ook meer senioren, zij zijn globaal genomen minder mobiel. Ook wie ziek is, heeft het misschien wel moeilijk om een langere verplaatsing te maken. Dan is een ziekenhuis in de buurt beter.” De schaalvergroting leidt er ook toe dat ziekenhuizen fuseren en samen een nieuwe campus realiseren. Ze trekken weg uit het stadscentrum. “Studies in het Verenigd Koninkrijk toonden aan dat een minder goede bereikbaarheid voor sommigen een drempel is om een arts te raadplegen of om op ziekenbezoek te gaan. De stadsrand is doorgaans een autogerichte locatie die meer wagens aantrekt. Dat heeft tevens een impact op de luchtvervuiling, geluidsoverlast enzovoort.”
 

“Meer vraaggestuurd openbaar vervoer”
Minister voor mobiliteit Ben Weyts: “Via het Pendelfonds willen we bedrijven en instellingen stimuleren om de woon- en werkverplaatsingen duurzamer te maken. Enkele ziekenhuizen maakten er gebruik van. We focussen momenteel op het gebruik van de fiets. Eerder stonden congestiegevoelige regio’s centraal. Basisbereikbaarheid is belangrijk. Graag wil ik het openbaar vervoer meer vraaggestuurd maken en het overstappen tussen verschillende vervoersmiddelen eenvoudiger, dit is de combimobiliteit. Op plaatsen waar de ontsluiting van ziekenhuizen vandaag ondermaats is, krijgen steden en gemeenten binnenkort ook meer inspraak in het aanbod van collectief vervoer. Zo geven ze het netwerk van De Lijn binnen de vervoerregioraad binnenkort mee vorm en kunnen ze beslissen om bijkomend vervoer in te leggen, het zogenaamde vervoer op maat. Dat kan gebieden aandoen die vandaag niet bediend worden door De Lijn of een te lage vervoersvraag hebben.
Er kan niet voldoende onderstreept worden dat ruimtelijke ordening en mobiliteit sterk met elkaar verweven zijn. Wat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen betreft, wordt daarom verwacht dat deze volgens de nieuwe ruimtelijke principes van inbreiding en knooppuntwaarde op locaties komen die per definitie goed ontsloten kunnen worden met het huidig aanbod aan collectief vervoer. Het is belangrijk deze analyse op voorhand te maken zodat onbereikbaarheid niet steeds moet beantwoord worden met bijkomend aanbod aan collectief vervoer. Ongetwijfeld speelt de bereikbaarheid voor bepaalde doelgroepen een bepalende rol in de keuze van het ziekenhuis. De aanwezigheid van een aanbod aan openbaar vervoer maakt een ziekenhuis alleszins meer bereikbaar voor mensen zonder eigen vervoer. Concrete cijfers hierover hebben we evenwel niet. Voor mensen met een beperking of met een ernstige mobiliteitsbeperking ondersteunt het departement Mobiliteit en Openbare Werken vandaag ook de DAV-diensten. Dit zijn de diensten aangepast vervoer. Rechthebbenden kunnen aan gecompenseerde tarieven hiermee hun verplaatsingen maken.”

 

Minister Mobiliteit – Ben Weyts
 

Drones voor snelle levensreddende zorg
Steeds meer bedrijven en organisaties onderzoeken de mogelijkheid om drones in te zetten voor snelle zorginterventies. Ze bieden een uitweg voor de toenemende drukte op het wegennet en zijn door hun snelheid soms levensreddend, bijvoorbeeld als ze een defibrillator aan boord hebben. Elke seconde telt bij een hartstilstand, met een defibrillator kan je vrij eenvoudig een elektrische schok toebrengen om het hart terug te laten werken. Recent werd de ambulance-drone gebouwd. Het ontwerp is van Alec Momont, een Vlaamse student die studeerde aan TU Delft. Hij bouwde een onbemand autonoom navigerend vliegtuigje dat 4 kg weegt en 100 km per uur kan halen. Het heeft ook een defibrillator aan boord en kan bij een noodoproep onmiddellijk ingezet worden.
 
Een livestream video- en geluidssysteem staat in verbinding met een zorgverlener. Die kan instructies geven aan de omstaanders over het gebruik van defibrillator, in afwachting van de komst van een MUG. De drone beschikt ook over een GPS-systeem om zo de weg naar de beller te vinden. Alec Momon werkte voor de bouw van dit prototype samen met het innovatieplatform Living Tomorrow, UGent en UZ Gent. De drone heeft een actieradius van 12 km². Momenteel wordt onderzocht hoe het project verder opgevolgd zal worden. “We trachten om onder de vleugels van het Europese Smart Cities netwerk (Cluster Urban Air Mobility, project Ghent) een concrete nieuwe stap te zetten. Deze stap zou de ontwikkeling van een high-end demonstrator drone (D3 – Drone Delivered Defibrillator) met vervolgens implementatie binnen de lokale dringende geneeskundige hulpverlening inhouden. Verschillende key partners werken hiervoor samen binnen een consortium”, aldus professor dr. Patrick Van de Voorde, Kliniekhoofd Spoedgevallendienst van UZ Gent.
 
GZA Ziekenhuizen wil in 2019 testvluchten met drones organiseren om medicatie, monsters van menselijk weefsel, bloed en urine uit te wisselen tussen de verschillende campussen. GZA Ziekenhuizen werkt daarvoor samen met Helicus Aero Initiatief. Ook in Hasselt zullen er testvluchten plaatsvinden. Het project kreeg de naam Medrona. Drones bieden ook mogelijkheden voor het leveren van medicatie in afgelegen gebieden of op zee.