René Verstraeten werkte als industrieel ingenieur 40 jaar in Sint-Rafaël en UZ Gasthuisberg. Hij leidde grote projecten zoals het verhuizen van ziekenhuizen en de bouw van de helihaven. De technologie verandert snel, hij blijft het met veel interesse volgen.
 

René Verstraeten is sinds december 2017 met pensioen. Hij was de afgelopen 25 jaar afdelingshoofd Technische Diensten in UZ Gasthuisberg, Leuven. Daarvoor oefende hij verschillende andere technische functies uit. Alles samen heeft hij in het ziekenhuis een loopbaan van 40 jaar achter de rug. “Ik zag heel boeiende evoluties en kon meewerken aan grote projecten”, zegt hij. In 1974 studeerde hij af als industrieel ingenieur, daarna volgde de verplichte legerdienst. Hij slaagde voor examens bij de spoorwegen en was van plan daar aan de slag te gaan, maar moest nog een half jaar wachten voor hij er kon starten. Die periode overbrugde hij met een job als technicus in het Sint-Rafaël ziekenhuis, ook in Leuven. “Ik ben er gebleven. De bouw van Gasthuisberg was al gestart en dat interesseerde me. Het was bovendien heel leerrijk. Vanuit mijn opleiding kende ik heel wat theorie, maar weinig praktijk.”
 

Rekenlineaal
“We werkten in de beginjaren nog met een rekenliniaal. Ik herinner me een professor die zo verknocht was aan zijn rekenlineaal dat hij zonder na te denken zegde dat 4×15= 59,9 was. Dat gaf zijn rekenlineaal immers aan. Met de komst van elektronische toestelletjes waarmee we de vier basisbewerkingen konden uitvoeren, zetten we al een flinke stap vooruit.”
René Verstraeten vertelt dat er in het begin vijf ingenieurs waren, toen hij met pensioen ging waren er 33. “Al vrij snel werd ik projectingenieur. Mijn eerste project was een multimomentopname. Ik ging onaangekondigd rond in het ziekenhuis om de situatie van technici te bekijken. Waren ze op dat moment aan het wachten op iets, gingen ze materiaal halen, konden ze hun opdracht onmiddellijk uitvoeren? Uit de analyse bleek dat er veel nevenmomenten waren, tijd die ze niet aan hun eigenlijke werk konden besteden. Er was nood aan optimalisatie. Het resultaat was dat we werkplaatsen samenbrachten. Tot dan zaten de elektriciens hier, de loodgieters daar. We realiseerden ook een gemeenschappelijk gereedschappenmagazijn. Daardoor konden we efficiënter werken.” Later werd René Verstraeten afdelingshoofd.
 

Uitvinder
“Destijds ontwikkelden we soms zelf instrumenten, zoals een uroflowmeter om de kracht van de urinestraal te meten. We kochten een weegschaaltje en maakten er een meetstrip aan vast. We slaagden erin de verbinding te maken met een computer, toen nog een log en groot apparaat. Zo konden we debiet versus tijd uitzetten. Bij een defect valideerden we het toestelletje opnieuw. Ik zag hoe er steeds meer grote firma’s kwamen die zich toeleggen op medische toestellen. Die worden nu ook systematisch gevalideerd. Zoiets is cruciaal. De werking moet optimaal zijn, wat veiliger is voor de patiënt.”
 

Bouw
Het team van René Verstraeten stond ook in voor renovaties en relatief kleine verbouwingen. Grote werken zoals de realisatie van UZ Gasthuisberg werden door gespecialiseerde studiegroepen aangepakt. “De interactie was interessant, we zagen hoe zij het aanpakten en konden hun werk opvolgen. Soms stuurden we vanuit onze expertise wat zaken bij. We stonden ook in voor onderhoudswerken. Als groot ziekenhuis konden we de core business in eigen handen houden en dat is belangrijk. Kleinere organisaties moeten soms noodgedwongen alles uitbesteden en dan zitten ze daar nogal aan vast.”
Begin de jaren ’80 werd het zwaartepunt verlegd van Sint-Rafaël naar Gasthuisberg en er kwamen verhuisbewegingen op gang. “Het waren gigantische operaties die we tot in het detail planden. Er mocht niets fout gaan. Op het dak van Gasthuisberg realiseerden we een helihaven. Dat was een enorme uitdaging omdat er heel veel bij kwam kijken, zoals pompen, een speciale blusinstallatie, mogelijkheden om de afvoer op te vangen enzovoort. Eerlijk gezegd: ik raad aan om op de begane grond een helihaven te realiseren, dat is goedkoper en eenvoudiger.”
 

Plannen
“Een anekdote. Er was kort na ons afstuderen een reünie met oud-studenten. Dan zijn er de klassieke vragen: waar ben jij terechtgekomen? Toen ik vertelde over mijn job reageerden sommigen verbaasd: in een ziekenhuis werken toch alleen maar zorgverstrekkers? Maar ik verzeker je, als de technische dienst er enkele dagen niet zou zijn, dan zou het ziekenhuis grotendeels platliggen. Zo’n gebouw zit vol met techniek en dat neemt nog steeds toe.”
In 2003 werd René Verstraeten verantwoordelijk voor de exploitatie in beide ziekenhuizen, later kwam daar nog de campus Pellenberg bij. Hij gaf leiding aan een team van zowat 70 medewerkers. Wekelijks was er een planningsvergadering met de meestergasten. “We bouwden altijd wel wat reserve in, immers, preventief onderhoud kan je plannen, maar accidenteel onderhoud niet. Als je de planning vooraf volpropt, is er het risico dat het in het honderd loopt.” Een ziekenhuis draait de klok rond. ’s Nachts is er een permanentietechnicus die de eerste schokken kan opvangen, anderen zijn thuis van wacht en kunnen binnen het half uur in het ziekenhuis zijn om bij te springen.
 

Intuïtief
René Verstraeten stelde vast dat de werkdruk in de loop der jaren toenam, maar dat wordt gecompenseerd door een efficiëntere planning. Er zijn computerprogramma’s die een onderhoudsmanagementsysteem mogelijk maken. “Als je vaststelt dat bij een bepaald toestel steeds dezelfde fouten voorkomen, dan weet je dat proactief onderhoud nodig is om de fout te vermijden. Vroeger schaafden we eerder intuïtief bij. Er gebeurde bijvoorbeeld wel eens een test van de elektriciteitsvoorzieningen, nu verloopt dat jaarlijks en grootschalig. De systematische controle maakte ons telkens duidelijk dat de technische installaties hun werk doen. Het is een belangrijke ruggengraat voor de werking van het ziekenhuis. Enorme pannes hebben we nooit voorgehad.”
 

Kritische blik
UZ Gasthuisberg was bij de eerste ziekenhuizen die een accrediteringstraject doorliepen. “Het kostte geld, maar was zinvol. Als vroeger een patiënt in het OK werd binnengebracht, dan bereidden de verpleegsters hem voor en de chirurg kwam langs voor de operatie. Nu is er een korte stand still voor de operatie begint: iedereen denkt na over zijn verantwoordelijkheid en controleert of alles in orde is. Dat is een heel goede zaak, zo vermijd je fouten. De accreditering leverde ook onze afdeling werk op, want je verneemt welke factoren je moet wegwerken. Sommige zaken waren voor ons vanzelfsprekend geworden. Dan is het positief dat externe ogen je aanpak kritisch bekijken en verbetertips geven.”
 

Netwerken
De technische evolutie gaat heel snel, bijscholen is cruciaal. René Verstraeten vertelt dat het ziekenhuis heel veel mogelijkheden biedt. Hij ging ook graag kijken naar de bouw van nieuwe ziekenhuizen, liefst als de plafonds nog openlagen. “Het was belangrijk om netwerken te hebben zodat we ervaringen konden uitwisselen. Dat is trouwens een grote verdienste van de vroegere VTDV, nu ZORG.tech. Bijvoorbeeld de jaarlijkse congressen zijn bijzonder interessant, daar ontmoet je bovendien collega’s van andere zorginstellingen.”
 

Piloot
René Verstraeten is nu met pensioen, maar blijf de sector met veel interesse opvolgen. Dat hij niet bij de spoorwegen terechtkwam, spijt hem helemaal niet. Hij ging elke dag met plezier werken en wist wel wanneer hij vertrok, niet wanneer hij terug thuis zou zijn. “Misschien had ik wel wat langer willen werken, maar het is nu tijd voor andere dingen. Het is fijn om mijn collega’s terug te zien, maar het is ook nodig om het roer om te gooien. Intussen kwamen er twee kleinkinderen, ik ben geboren en getogen tussen paarden en heb er zelf ook. Twee keer per maand probeer ik als piloot het luchtruim in te trekken.”
Hij heeft nog enkele tips voor zijn jongere collega’s. “Hou nauw contact met je naaste en ondergeschikte medewerkers. Ga er als het ware tussen zitten, letterlijk en figuurlijk. Zo weet je wat er gebeurt en kan je snel anticiperen. Zo voelen ze dat ze er niet alleen voor staan. Behandel je collega’s als je beste klanten. Vandaag hebben zij jou nodig, morgen misschien jij hen.”