We hebben deze lente en zomer heel wat (lange) zonnige periodes gekend met vaak ook droogtes en oproepen om zuinig om te springen met water. Een ideaal moment om Prof. Dr. ir. Stijn Van Hulle (Universiteit Gent – Laboratory of Industrial Water and Ecotechnology) eens te contacteren. Hij is de drijvende kracht achter het Laagdrempelige Expertise en Dienstverleningscentrum (LED) Water. Vanuit deze organisatie bestudeerde hij het waterverbruik van drie Vlaamse woonzorgcentra. Deze studie is in opdracht van ZORG.tech, met financiële tussenkomst van ZORG.tech en van IFHE Europe in het kader van Call For Study’s (Brisbane 2018). Momenteel gaat het nog om een voorpublicatie.

 

 

De LED Water is een initiatief van VLAKWA (Vlaams Kenniscentrum Water) met de steun van de provincie West-Vlaanderen. De LED Water biedt bedrijven en non-profitorganisaties gratis eerstelijnsadvies en begeleiding bij alles wat te maken heeft met de keuze van waterbronnen, technologieën en de verbetering van productie, waterzuivering en watermanagement. Diepgaande analyses en studies worden uiteraard niet gratis aangeboden om de consultancymarkt niet te verstoren. Maar per jaar worden er sowieso vier à vijf waterscans, i.e. het opmeten en in kaart brengen van het waterhuishouden in een bedrijf of non-profitorganisatie, verzorgd door LED Water.

 

Dit jaar kwam de vraag om de focus te leggen op woonzorgcentra. Drie woonzorgcentra (Poperinge, Brugge, Waregem), al dan niet met serviceflats, werden geselecteerd voor een waterscan.

 

Hoe gingen de waterscans in zijn werk?

Stijn Van Hulle: “Bij zo’n waterscan gaan we alle toestellen en installaties in kaart brengen die water verbruiken. Vervolgens bekijken we of de balans klopt. Hetgeen we opmeten, komt dat overeen met het gefactureerde leidingwaterverbruik? In tweede instantie gaan we ook het potentieel van regenwatercaptatie bestuderen. Hoe groot is het dak? Hoeveel water kan er opgevangen worden en hoe groot moet de regenwatertank zijn? En voor welke zaken kan dat water ingeschakeld worden? In het derde luik gaan we op zoek naar waterbesparende maatregelen.”

 

Wat waren de resultaten?

Stijn Van Hulle: “Er waren enkele verrassingen te noteren. Zo dachten sommigen dat de keuken de grootste waterverbruiker zou zijn, maar dat bleek niet het geval te zijn. Na een rondgang door alle flats en (bad)kamers, de keuken, de waszalen… distilleerden we een lijst met daarin het overzicht van alle verbruikers. Van wasmachine tot badkamerkraan. Een exacte bepaling van alle verbruik is echter onmogelijk. Zo maken we op basis van gesprekken met bewoners en/of de technische dienst, een schatting van het verbruik door bijvoorbeeld na te gaan hoe vaak het toilet gemiddeld doorgespoeld wordt en wat de grootte is van de spoelbak. Het is dus geen exacte wetenschap en op zich is een zekere marge geen probleem. Het belangrijkste is dat je blootlegt wat nu echt de grote verbruikers zijn en waar er verbeteringen en besparingen mogelijk zijn.”

 

“We stelden vast dat de keukens en de wasmachines eigenlijk maar een beperkt deel van het verbruik betekenen. Het grootste waterverbruik vinden we terug op de kamers en flats. De technische aspecten zaten dan ook heel goed bij de gescande woonzorgcentra. De keukens en wasmachines zijn behoorlijk geoptimaliseerd. We konden weinig technische suggesties maken op dat vlak. In de kamers en flats zou je op zich wel nog kunnen besparen, maar in een zorgsetting moet je natuurlijk een evenwicht vinden tussen zuinigheid en voldoende comfort. Je zou bijvoorbeeld mousseurs in de kranen kunnen steken. Zo komt er lucht tussen het water en daalt het verbruik met de helft, terwijl je toch hetzelfde gevoelsdebiet ervaart. Met douches zou je dat ook kunnen doen. Daarnaast denk ik dat het vooral een kwestie van sensibiliseren is: beperk de douchetijd of gebruik zoveel mogelijk de kleine doorspoelknop, bijvoorbeeld, als die er zou zijn.”

 

“In het Waregemse woonzorgcentrum lag het waterverbruik op 131 liter per bewoner per dag. Met quick wins (dubbele doorspoelknoppen, mousseurs, kranen met ogen die alleen stromen als de handen zich effectief onder de kraan bevinden, etc.) is een directe besparing van 20% mogelijk. Dankzij regenwaterrecuperatie zou er nog meer bespaard kunnen worden, want elke druppel water die je uit de lucht haalt is gratis. Natuurlijk heb je wel de kosten om buffercapaciteit te voorzien die voldoende goed gedimensioneerd is.”

 

Hoe verhouden we ons ten opzichte van het buitenland?

Stijn Van Hulle: “Het is niet eenvoudig om een vergelijking te maken omdat dit ergens ook cultuurgebonden is. Toch mogen we stellen dat we in Vlaanderen goed bezig zijn. Studies uit de VS maken gewag van een verbruik van 342,5 tot 547,9 liter per bed per dag. Japanse woonzorgcentra bevinden zich in een gelijkaardige vork. In Australië becijferde men het verbruik op 265 liter per bed per dag. Uit een oude Nederlandse berekening (1990) leren we dat het waterverbruik in woonzorgcentra bij hen destijds tussen de 158 en 364 liter per bed per dag lag. Wij scoren, op basis van de drie uitgevoerde scans, beter dan elk van die landen.”

 

De boodschap voor onze woonzorgcentra

Stijn Van Hulle: “De drie woonzorgcentra die we onder de loep namen stelden ons op wetenschappelijk vlak teleur, aangezien we maar heel weinig verbeteringen konden voorstellen. Dat zeg ik natuurlijk met een knipoog, want op maatschappelijk vlak was dit dus zeer goed nieuws. De onderzochte woonzorgcentra hebben laten zien dat investeren in goed materiaal (industriële vaatwassers en wasmachines, bedpanwassers…) het verbruik stevig tempert. Kies uw toestellen goed en onderhoud ze zoals het hoort. Een slecht onderhouden ontharder torpedeert het waterverbruik. Als je op dat vlak al goed zit met je woonzorgcentrum, kan je gaan kijken naar de kamers en flats. Ook daar zijn quick wins mogelijk op technisch vlak en kan je met sensibilisering al heel wat bereiken. Al mag het comfort niet in het gedrang komen, uiteraard.”

 

Hoe is het eigenlijk gesteld met de kwaliteit van ons kraantjeswater?

Stijn Van Hulle: “De kwaliteit van ons kraantjeswater ligt in handen van de drinkwatermaatschappijen. Zelf kan je natuurlijk ook een rol spelen door kalkafzetting tegen te gaan met een ontharder. Maar de kwaliteit van ons water is zeer goed, perfect drinkbaar. Of het nu gaat om oppervlaktewater (waarbij een resem zuiveringstechnieken zorgen voor proper water) of grondwater (wat minder zuivering vereist), het water dat in Vlaanderen uit de kraan stroomt is van zeer goede kwaliteit.”

 

De verhouding grondwater-oppervlaktewater is in Vlaanderen ongeveer 50/50.

 

Dit artikel verscheen in editie 020 van het magazine Zorg&Techniek (zorg.tech)