“Langs de omzetzijde is het budget van financiële middelen (BFM), nog steeds de belangrijkste netto-inkomstenbron voor de ziekenhuizen, zeer sterk gegroeid in 2008. Op langere termijn bekeken neemt het aandeel van de BFM echter constant verder af. De omzethonoraria nemen dan weer toe. Van jaar tot jaar stijgt ook het procentuele gedeelte dat de ziekenhuizen van deze omzet doorstorten naar de artsen. De omzet farmaceutische producten stijgt sinds 1999.”

 

Verhoogd kostenbewustzijn

 

Uit de analyse van Dexia blijkt dat 13% van de instellingen kampt met een negatief resultaat. Is dit niet verontrustend? Jo Van Laer:”Ziekenhuizen zijn er in geslaagd om hun resultaat de jongste jaren sterk te verbeteren. In 2001 en 2002 waren er nog 38% van de instellingen die een negatief resultaat rapporteerden. In 2008 zijn dit nog ‘slechts’ 13% van de instellingen.”

Eén en ander heeft te maken met de evolutie in de ziekenhuissector in de afgelopen tien jaar. “Voor deze periode kenden wij een duidelijk onderscheid tussen de private en de publieke ziekenhuizen. De voorbij tien jaar vond er echter een fusiegolf plaats tussen beide, vooral in Vlaanderen. Heel wat steden en gemeenten stellen immers in vraag of het uitbaten van ziekenhuizen wel een kerntaak is van hen. Deze fusies hebben ongetwijfeld bijgedragen tot een verhoogd kostenbewustzijn, wat zeker een gedeeltelijke verklaring is voor de verbetering van de financiële situatie. Sommige ziekenhuizen zitten echter nog in een overgangsfase en hebben tijd nodig tot rationalisaties. Anderzijds worden de ziekenhuizen geconfronteerd met een onderfinanciering in de verpleegkundige diensten. Deze onderfinanciering dienen zij te compenseren met extra afhoudingen op artsenhonoraria, maar dit uiteraard tot een bepaalde grens.”

 

Investeringen in ‘groot onderhoud’

 

De algemene ziekenhuizen hebben in 2008 sterk geïnvesteerd in hun materiële vaste activa. “De investeringen werden voornamelijk gefinancierd met eigen middelen. Dit kan omdat de ziekenhuizen er in slagen een kleine positieve vrije cashflowmarge te behalen. Hiermee kunnen dan voornamelijk de jaarlijkse vervangingsinvesteringen worden gefinancierd. Door dit niet met leningen te moeten doen vermijdt de sector een negatieve intrestspiraal. Daarnaast worden ook leningen op lange termijn aangegaan voor voornamelijk de grote ‘nieuwbouw’ investeringsprojecten.” Jo Van Laer nuanceert deze nieuwbouwprojecten. “Het gaat hier waarschijnlijk voornamelijk over projecten ‘groot onderhoud’ waarvan leningen en intresten volledig gerecupereerd worden in het budget van financiële middelen.”

Een belangrijk aandachtspunt voor de ziekenhuizen is dat, na de ingebruikname van de nieuwe infrastructuur, de afschrijvingskosten zullen toenemen, met een negatief effect op het resultaat tot gevolg. “Ook de financiële kosten zullen stijgen door de toegenomen financiering van de vaste activa met financiële schuld tegen veelal hogere rentevoeten ingevolge onder meer de kredietcrisis,” voorziet Jo Van Laer.

 

Info: www.dexia.com