Ziekenhuisnetwerken. De algemene ziekenhuizen moeten hervormen omdat de zorgbehoeften veranderen. ‘We leven met zijn allen stukken langer,’ zegt Peter Degadt, ‘maar daardoor ontstaan er andere ziektebeelden, met meerdere aandoeningen tegelijk. Patiënten opnemen, behandelen en ontslaan waarna de patiënt van de radar verdwijnt, is in die context niet meer werkbaar. Chronische zorg en multimorbiditeit vergen een andere aanpak. Bovendien zijn ook de medische wetenschap en de technologische mogelijkheden enorm geëvolueerd. Er is veel meer mogelijk dan vroeger dankzij superspecialisatie, maar niet ieder algemeen ziekenhuis kan alle technologie en expertise in huis hebben. De boodschap is: spreiden waar het kan, concentreren waar het moet – en samenwerken.’

 

Het ziekenhuis als one stop shop kan niet meer

Welke rol ziet Peter Degadt dan weggelegd voor het ziekenhuis? ‘De courante, lokale zorgverlening blijft bewaard en zal in de toekomst enorm toenemen, maar voor hooggespecialiseerde diagnoses en behandelingen willen we netwerken creëren. Enkele ziekenhuizen zouden samen een gespecialiseerde, minder bevraagde afdeling kunnen opzetten. Taakherverdeling en concentratie zijn antwoorden op permanent beschikbaar zijn, ook voor chronische zorg en doordeweekse behandelingen. Supergespecialiseerde zorg maakt gelukkig niet de hoofdmoot uit, dus het grootste deel van de zorgverlening mág geografisch gespreid en lokaal toegankelijk blijven. Het is niet de bedoeling dat mastodontziekenhuizen regionale ziekenhuizen vervangen. Een competente spoedafdeling, materniteit, interne zorg voor courante behandelingen, heelkunde voor het gros van de aandoeningen: ze blijven bewaard. Maar op het vlak van superspecialisatie zijn wél nieuwe afspraken nodig.’

 

Ook de financiering hervormen

Het subsidiariteitsbeginsel als basis voor een nieuw financieringsmodel? ‘Eerst moeten we naar het nieuwe organisatiemodel – de netwerkstructuur’, vervolgt Degadt. ‘Dan pas kunnen we de juiste financiële prikkels bepalen. We willen een onderscheid maken tussen laag-, middel- en hoogvariabele zorg. Bij laagvariabele zorg, zoals voor een appendicitis, een routineoperatie waar één anesthesist en één chirurg aan te pas komen, kan de patiënt na één of twee nachten naar huis. De financiering is nu te complex: er is de nomenclatuur van de chirurg en de anesthesist, het toezichthonorarium voor de zaalarts, het loon van de verpleegkundige. Voor operaties met weinig variabiliteit zou je een standaardprijs kunnen bepalen, een soort all-inpakket. Daarin kunnen ook dure technische prestaties als labo-onderzoek en radiologie verrekend worden. Dat is al één stap om medische overconsumptie te counteren. Bij middelvariabele zorg willen we vooral de noodzakelijke maximumverblijfsduur voor de diagnose en behandeling van een groot deel van de pathologieën bepalen. We willen naar shared savings: ziekenhuizen die samenwerken en afdelingen concentreren, en zich inspannen om kwaliteit en efficiëntie te leveren, kunnen de opbrengsten hiervan zelf behouden om te herinvesteren. De afspraak met de overheid is immers dat de winst binnen het samenwerkingsverband blijft. Ieders macrokosten dalen, want ook een verlieslatende afdeling van een deelnemend ziekenhuis profiteert mee. Het is een manier om efficiëntie te belonen. Bij hoogvariabele zorg zoals in een brandwondencentrum kun je natuurlijk geen standaardprijzen of shared value invoeren. Daar houden we het bij een fee for service – net zolang als de opname nodig is.’

Kwaliteit wordt momenteel te weinig beloond

Degadt beaamt dat kwaliteit nu al hoog in het vaandel gevoerd wordt in ziekenhuizen. ‘Maar wanneer patiënten door een medische fout opnieuw opgenomen moeten worden, mag je eigenlijk geen twee keer een honorarium aanrekenen. Diensten met weinig heropnames worden nu benadeeld. Laten we goed scorende diensten dus een bonus geven. Dat vereist een doordachte aanpak, anders loop je het risico dat ‘moeilijke’ patiënten doorgestuurd worden. Wat we vooral willen, is dat ambitieuze ziekenhuizen die een internationale accreditatie aanvragen – bij normeringsinstituten als NIAZ en JCI – een financiële stimulans krijgen.’

Hervorming stimuleert talent en werksfeer

Honoraria omzetten in een vast loon is daarbij niet de bedoeling. ‘We willen geen totale forfaitarisering. De zelfstandigenmentaliteit van medische professionals is één van de sterktes van de zorg in Vlaanderen. Wij zijn voorstander van een gemengd systeem, zoals bij de huisartsen. Bijvoorbeeld een vaste vergoeding voor het medisch dossier en een variabele vergoeding voor consultaties: zoveel patiënten zien, is ook zoveel keer de inspanning ervoor doen. Dankzij de netwerken worden carrières interessanter: weinig gevraagde subspecialismen zullen vaker uitgeoefend kunnen worden binnen ziekenhuisgroepen waarin het interdisciplinair leuker werken wordt. Ook om minder vaak volledige wachtdiensten te moeten lopen, zijn grotere groepen interessant. Samenwerken kan zelfs financieel lonen, terwijl het nu enkel wordt bestraft. En de kans krijgen een deeldomein te ontwikkelen met een groep collega’s is zeker intellectueel prikkelender, sociaal aangenamer en duurzamer.’

Digitale patiëntendossiers en gegevensuitwisseling

‘Het ICT-luik wordt doorslaggevend voor het succes van de hervorming. We moeten naar een volledige digitalisering van het patiëntendossier. De wildgroei aan ICT-systemen is aan consolidatie toe. Maar hoe? De vereiste kapitalisatie is enorm. De juiste softwareaanbieder is een bedrijf met body dat wil investeren en risico nemen, maar als bonus wel minstens een derde marktaandeel verwerft. Moet de overheid de leverancier bepalen? Ik ben niet voor monopolies. Twee of drie spelers lijkt me ideaal. De overheid bepaalt de bandbreedte en garandeert de prijs-kwaliteitsverhouding. Ziekenhuizen hebben vooral gebruiksvriendelijke software nodig, minstens met basisgegevens, agenda, planning, stroomlijning van zorgprocessen.’

Het Plan De Block en de visie van Zorgnet

‘Grotendeels zit de overheid op onze lijn’, zegt Degadt. ‘Together we count, ons concept voor patiëntgerichte financiering, werd bijna integraal overgenomen in het regeerakkoord. Het plan van minister De Block spoort met onze voorstellen. We zijn nu in de overlegstructuurfase, maar de artsensyndicaten, ziekenhuiskoepels en mutualiteiten kunnen nog eisen op tafel leggen. Een context van vertrouwen creëren is het belangrijkste. Er komt nog interministerieel overleg, want financiering is federaal maar het organisatiemodel – de bevoegdheid over netwerking – is een gemeenschapsbevoegdheid. Netwerken opzetten en daarbij resultaten boeken met shared savings is het meest dringend. Zonder behoud en herverdeling van de winsten zal er trouwens niet eens sprake zijn van netwerken. In de laagvariabele pathologie kunnen we volgens mij snel een paar quick wins realiseren. Of de tarieven voor de patiënt zullen stijgen? Als we niet hervormen wel. Ook aan patiëntenzijde is sensibilisatie nodig. Vier keer terugbetaalbaar gaan shoppen om een opinie, meteen op consultatie op de spoed, de huisarts voorbijlopen en onmiddellijk de specialist raadplegen of een afspraak niet nakomen zonder verwittigen? Dat kan niet meer. Iedereen moet duurzamer omgaan met ons zorgsysteem. We willen betaalbaarheid én kwaliteit. In ruil voor meer discipline, dat klopt, maar gedragsverandering ís mogelijk. Afval sorteren en alcoholvrij achter het stuur riepen eerst ook weerstand op, toch?’