Drie opties

Eenvoudig gesteld zijn er dan drie opties.

> Meer middelen genereren en daarvoor bijvoorbeeld aankloppen bij de lokale bevolking.

> Efficiënter werken: met andere woorden dezelfde dienstverlening, of idealiter zelfs meer, aanbieden met minder middelen.

> Minder doen. Minder diensten/voorzieningen aanbieden.

Tot nog toe grepen de meeste besturen terug naar een of beide van de eerste twee remedies. Vandaag volstaat dat niet meer en overwegen meer en meer lokale besturen om bepaalde diensten en/of voorzieningen af te stoten. Vaak wordt er echter niet alleen onvoldoende stilgestaan bij de verschillende mogelijkheden daarvoor. Ook wordt er nog te veel voorbij gegaan aan de vraag of het afstoten/overdragen van diensten en/of voorzieningen op korte termijn wel degelijk een ‘lucratieve’ oplossing is. Of slechts een illusie?

In vraag gesteld

De diensten en voorzieningen die het meest in vraag worden gesteld zijn de woonzorgcentra, de thuiszorgdiensten en de kinderopvang. Maar er zijn ook besturen die verder (willen) gaan en dezelfde overwegingen maken met betrekking tot de zogenaamde ondersteunende diensten, wat aansluit bij klassieke uitbestedingsvraagstukken (bijvoorbeeld van poetsdiensten, technische dienst, gebouwenbeheer). Een enkele keer is er een OCMW dat de lijn doortrekt naar de sociale dienstverlening. Toch tot die aspecten die niet tot de wettelijke opdracht behoren.

Onevenwicht

De belangrijkste motivatie daartoe is het onevenwicht tussen opdracht en taken enerzijds, en de beschikbare budgettaire middelen anderzijds. Daarnaast spelen, in mindere mate, ook ervaren structurele beperkingen zoals bijvoorbeeld schaalgrootte, slagvaardigheid, personeelsstatuut, … Tegelijk wordt een maatschappelijke discussie te gronde over de keuzes en kerntaken op lange termijn zelden gevoerd. Vaak wordt er ook onvoldoende stilgestaan bij wat het lokale bestuur als doelstelling heeft. Welke resultaten of outcome wil men garanderen ten aanzien van de bevolking?

Lucratief! Of een illusie?

Is afstoting/overdracht lucratief of slechts een illusie? Een eenduidig antwoord is er niet. Alvast niet op korte termijn. Voor het antwoord op lange termijn is de specifieke context beslissend. Beleidskeuzes inzake kerntaken, structurele elementen en juridische context m.b.t. de werking van de betrokken diensten en voorzieningen kunnen immers erg verschillen. Wij gaan ervan uit dat de juridische structuren pas in tweede orde belangrijk zijn. Ná de kerntaken en de structurele elementen. Een belangrijke vraag is dan ook welke instrumenten OCMW’s op elk van deze gebieden vandaag al ter beschikking hebben en hoe ze deze gebruiken. In functie daarvan kan dan de vraag beantwoord worden of een afstoting/overdracht al dan niet lucratief is.

Lange termijn

Afstoting of overdracht is dus een langetermijnverhaal. De termijn waarop concreet resultaten geboekt kunnen worden, verschilt van bestuur tot bestuur en hangt voornamelijk samen met het sociaal kader. Het samenwerkingsmodel, de inbreng van de partners en het personeelsstatuut is immers bepalend voor de aantrekkelijkheid van een lokaal bestuur ten aanzien van de toekomstige samenwerkende partner. In het licht van het verbeteren van de financiële resultaten van het OCMW is het afstoten/overdragen van zwaar deficitaire diensten en voorzieningen geen oplossing. Private partners hebben geen fundamenteel andere instrumenten ter beschikking om de situatie recht te trekken. Bijgevolg zal de factuur gepresenteerd worden of zal het niet tot een samenwerking komen.

Orde op zaken

Willen besturen dus een aantrekkelijke partner zijn (en/of aantrekken), dienen ze orde op zaken te stellen in eigen huis (lees: diensten en voorzieningen). De instrumenten hiertoe zijn aanwezig. Het is enkel zaak ze te gebruiken. Voor besturen die dit doen, zal participatieve samenwerking geen noodzaak zijn. Zij zullen kunnen beslissen in functie van de meerwaarde die de samenwerking in ruime zin (bijv. op contractuele basis) oplevert. De vraag is dus waarvoor, hoe en vooral ook met wie OCMW’s willen samenwerken op lange termijn.

 

carlosteegmans@probis.be