Een beleid voeren tot 2019 en vervolgens ‘zien we wel’ lijkt evenwel uit den boze. Wat is er nodig om een beleid uit te stippelen? Visionaire ideeën blijven welkom maar houd ze graag tegen het licht. Het wordt duidelijk: beschikbare budgetten zullen het beleid bepalen. Mooie woorden zullen de beleidskeuzes verbloemen. Wat ook er zal een nieuw evenwicht ontstaan tussen vraag en aanbod. Vlaanderen spreekt over een vraaggestuurd beleid. De “klant” is koning gedachte blijft geproclameerd. Zelfs vraag op maat wordt nog steeds geprezen.

Nochtans, en Vlaanderen zal daarmee worden geconfronteerd, zal ouderenzorg stuiten op het bestaan van beperkingen van mogelijkheden. Niet enkel financiële middelen zullen de wet stellen maar ook het contingent aan mantelzorgers, vrijwilligers, zorgpersoneel… is gelimiteerd. Ondertussen maakt niemand de oefening hoeveel medewerkers thuiszorg en residentiële zorg de komende 30 jaar nodig hebben.

Samenwerken

Eerste, tweede en derde lijn zullen moeten samenwerken. Tussentijdse ontlastende zorg in centra kortverblijf, dagverzorgingscentra en collectieve opvang zullen verdere spreiding kennen. Daarenboven moet het Woonzorgdecreet worden aangepast. Dat betekent echter veel meer dan een samenvoegen van wetteksten. Het is een herbekijken van de zorg over heel Vlaanderen: “wie doet wat met welke middelen?” is de vraag die moet worden beantwoord. Er zullen keuzes moeten gemaakt worden. Geen rad voor de ogen draaien met mooie scenario’s. Prioriteiten leggen waar ze nodig zijn: ergste nood eerst lenigen.