Een gemiddeld ziekenhuis werkt met duizenden verschillende ‘sets’ van medische materialen, die voor een volgend gebruik op een degelijke manier moeten worden gedesinfecteerd. De meeste ziekenhuizen hebben daarvoor hun Centrale Sterilisatie Afdeling (CSA), een cruciaal cenakel binnen de organisatie dat ook in toenemende mate wordt uitgerust met nieuwe technologie.
 

Na gebruik van medisch materieel, zoals scalpels of retractors in het operatiekwartier, moet dat ook worden gereinigd, gedesinfecteerd en gesteriliseerd. De meeste ziekenhuizen hebben voor het opnieuw steriel maken van dat materieel een Centrale Sterilisatieafdeling (CSA). Materieel terdege reinigen voorkomt natuurlijk dat de volgende patiënt waarop het materieel wordt gebruikt wordt besmet of geïnfecteerd door bacteriën uit de voorgaande operatie. Daarom wordt op zo’n Centrale Sterilisatieafdeling alles gereinigd, gedesinfecteerd en gesteriliseerd. Een middelgroot ziekenhuis verwerkt zo een 150- tot 200-tal ‘sets’ van medisch materieel per dag.
 

Het proces loopt over drie schakels. Eerst worden alle materialen voorgereinigd in speciale medische wasmachines, die met eveneens speciaal voor deze toepassing ontwikkelde detergenten werken. Ze zorgen ervoor dat het materieel weer rein wordt, maar ook dat de materialen waaruit het is vervaardigd (roestvast staal, gesinterde hardmetaallegeringen, titanium, vergulde oppervlakken) niet worden aangetast. Vervolgens wordt het materieel nagespoeld, gedesinfecteerd (via ultrasone technologie of stoming) en gedroogd.
 

Van gedesinfecteerd naar steriel
In deze fase van het proces zou de invloed van schadelijke micro-organismen die zich na het gebruik in de operatiezaal of andere ruimtes in het ziekenhuis hebben vastgezet op het materieel, zoals bacteriën, virussen en schimmels, al sterk verminderd moeten zijn, maar zijn ze nog niet volledig verwijderd. Daarvoor is nog een volgende stap nodig: sterilisatie.
Die gebeurt in een aparte ruimte in de CSA, waar sterilisatiemachines opgesteld zijn. Sommige ziekenhuizen gebruiken zogeheten autoclaven, toestellen die het materieel desinfecteren met stoom onder hoge druk, aan temperaturen van 134 graden celsius, zodat bacteriën, virussen en schimmels volledig worden gedood. Andere hebben Sterrad-machines, die werken met waterstofperoxidegas dat aan hoge temperaturen verandert in plasma. Tot slot worden de instrumenten gesorteerd en, in een eveneens steriele opslagruimte, weggezet voor een volgend gebruik. Die drie stappen – reiniging, desinfectie en sterilisatie – nemen tot vier uur in beslag.
 

Proces
Het belang van zo’n Centrale Sterilisatie Afdeling in een ziekenhuis is groeiend. Er worden beroepsopleidingen en bijscholingen gegeven, er bestaan postgraduaten die zijn toegespitst op CSA-management, en de technologie verbetert ook zienderogen. Niet alleen in de reinigingsprocessen, maar ook in de manier waarop het gestockeerde gereinigde materiaal wordt gecontroleerd. Recente ontwikkelingen daarin zijn onder meer rfid-chips (Radio Frequency Identification, of kleine radiozendertjes die toelaten om alles waarop ze zijn geplakt draadloos vanop afstand te traceren via de computer), maar er zijn ook extra chemische controles mogelijk via speciale etiketten, met indicatoren die verkleuren wanneer de chemische laag in het label toch weer een schadelijk micro-organisme heeft opgevangen. “Een CSA is zo opgebouwd dat niet alleen het proces zo efficiënt mogelijk wordt uitgevoerd, maar ook dat het risico op nieuwe infecties van de instrumenten tijdens het proces wordt uitgeschakeld”, zegt Jeroen Drijkoningen, hoofdverpleegkundige op de CSA-afdeling van Algemeen Ziekenhuis Diest. “Alles wassen aan 134 graden en klaar? Zo simpel is het niet. Er is een strikt proces dat in acht moet worden genomen.”
 

Zo dicht mogelijk
Omdat het steriliseren en steriel houden van de medische instrumenten een continu proces is, dat niet eindigt binnen de CSA, wordt het element ‘Centraal’ in de meeste ziekenhuizen erg letterlijk genomen: de afdeling wordt meestal architectonisch gecentraliseerd, liefst zo dicht mogelijk bij het operatiekwartier. “Hoe dichter de afdeling bij de plaats waar de instrumenten het meest worden vervuild, hoe beter”, zegt Drijkoningen. “Maar belangrijker dan die strikte nabijheid is de logistieke scheiding van materieel dat vuil en gedesinfecteerd is. Wij werken met verschillende karren voor die twee, en die worden nooit tijdens dezelfde beweging verhuisd. Alle risico’s op nieuwe besmetting moeten zo veel mogelijk worden uitgeschakeld, ook voor materieel dat weer vertrekt uit de CSA.”
 

Endoscopen blijven een specifiek probleem
De sondes van een endoscoop vormen een specifiek probleem voor een Centrale Sterilisatie Afdeling: het zijn holle instrumenten, die zowel aan de buitenzijde als de binnenzijde moeten worden gereinigd, en dat vraagt om een speciale aanpak. Een die een aantal ziekenhuizen nog niet helemaal vatten, zo concludeerde Zorginspectie vorig jaar nog. In een rapport van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid werd onder meer vastgesteld dat er niet systematisch meteen na het onderzoek een voorreiniging gebeurt, en de cruciale manuele reiniging van de sondes ook niet altijd naar behoren gebeurt. Bij de helft van 49 onderzochte processen was er onvoldoende scheiding tussen rein en onrein, en er bleek een gebrek aan kennis bij artsen en medewerkers. Het agentschap heeft ondertussen, op basis van het onderzoek, een eisenkader voor high-level desinfectie van flexibele endoscopen opgesteld.