“We volgen onze patiënten heel nauw op”

 

In een ziekenhuis speelt voeding een grote rol. Het houdt verband met een goed herstel, een optimale inname van medicatie, het bestrijden van overgewicht, doorligwonden. Patiënten hebben soms geen eetlust en lopen het risico op ondervoeding. AZ Damiaan in Oostende heeft negen diëtisten in dienst die alles nauwgezet opvolgen. Diëtisten Eefje Dufait en Kelly Bruyneel geven uitleg.

 

Hoe ziet de opdracht van diëtisten in AZ Damiaan er precies uit?

“Ons werkterrein is behoorlijk uitgebreid”, zegt Kelly Bruyneel. “In AZ Damiaan zijn negen diëtisten aan de slag. Iedereen heeft een eigen specialisatie. Zo legt een collega zich voltijds toe op ondervoeding. In het ziekenhuis werken we op enkele diensten met de Nutritional Risk Screening 2002, een gevalideerd systeem om problemen op te sporen.”

 

"Wekelijks volgen we alles op en analyseren we de gegevens, zo kunnen we nagaan welke evolutie de patiënt doormaakt."
“Wekelijks volgen we alles op en analyseren we de gegevens, zo kunnen we nagaan welke evolutie de patiënt doormaakt.”

“Wekelijks volgen we alles op en analyseren we de gegevens, zo kunnen we nagaan welke evolutie de patiënt doormaakt. We hebben de ambitie om nog dit jaar deze screening in het hele ziekenhuis door te voeren. Daarnaast werken twee diëtisten aan de voeding van diabetespatiënten. In opdracht van de endocrinoloog van het ziekenhuis organiseren we consultaties voor hen. En we bezoeken ook alle patiënten die insuline nodig hebben aan bed. Zelf heb ik obesitas en cardiologie als specialisatie. Dat betekent dat ik voedingsadvies geef aan patiënten met overgewicht en waarbij de hoofdverpleegkundige op vraag van de arts doorgeeft dat er ondersteuning nodig is. Dat doe ik ook voor patiënten die een bypass operatie achter de rug hebben, of een stent kregen. Ik geef hen tips over goede voedingsgewoonten die ze na hun ontslag uit het ziekenhuis kunnen toepassen. Voorts werken twee collega’s rond oncologie. Heel vaak gaan ze naar het oncologisch dagcentrum waar er een systematische opvolging is van gewicht, lengte en de therapie die de patiënten krijgen. Daaraan koppelen ze aangepast voedingsadvies.”

 

Hoe organiseren jullie het praktisch?

Eefje Dufait en Kelly Bruyneel: “De verschillende afdelingen hechten er belang aan één aanspreekpunt te hebben waardoor we ons kunnen specialiseren. We volgen de wetenschappelijke evidentie op de voet. In de voormiddag gaan we langs bij de patiënten die voedingsadvies nodig hebben. In de namiddag is er kans tot ambulante consultaties. Daarnaast zetten we ook projecten op. Voor de cardiologische patiënten die een revalidatie volgen, organiseren we tweemaandelijks een groepssessie over voeding. Dat gebeurt ook in de afdeling oncologie. We merken dat patiënten steun halen uit de groep en gemakkelijker vragen stellen. Onze werking is dus op maat van de patiënten.”

 

Met welke problemen worden jullie het vaakst geconfronteerd?

“Ongeveer 30 procent van de patiënten loopt het risico op ondervoeding, dus dat volgen we heel goed op. Op risicodiensten houden de verpleegkundigen alle gegevens bij, zoals lengte, gewicht en voedingsinname. Als patiënten blijken te vermageren, zijn er scores. Vanaf een bepaalde score volgen we deze patiënten zeer nauwgezet op. We bekijken dan onder meer hun energiebehoefte en vragen na wat ze momenteel nog kunnen eten. We streven in de eerste plaats naar een optimale orale voeding. Als het niet lukt, geven we bijvoeding, we hebben hiervoor een ruim assortiment van energieverrijkte en eiwitverrijkte drankjes tot pudding of fruitmousse. Er is ook specifieke vloeibare voeding die helpt bij ondervoeding en doorligwonden. Ook in geval van diabetes en oncologie is er specifieke bijvoeding mogelijk. Mocht dit nog steeds niet de energiebehoefte dekken, dan is sondevoeding een mogelijkheid.”

Daarnaast proberen we in de mate van het mogelijke rekening te houden met de wensen van de patiënt. Zo houden we zeker ook rekening met voedingsvoorschriften bij bepaalde religies.”

 

Houden jullie rekening met het innemen van medicatie en het effect van voedingsstoffen?

“Het gebeurt dat tijdens een therapie of bij het innemen van medicatie de voeding wat aangepast wordt. Bij Parkinsonpatiënten letten we op de eiwitten. Op de afdeling psychiatrie geeft men soms mao-remmers tegen angststoornissen en dan zijn bepaalde vlees- en kaassoorten niet aan te raden. Pompelmoessap kan de werking van bepaalde medicatie versterken en raden we dan ook af om bijwerkingen te vermijden. Bij een cortisonekuur kunnen het suikergehalte in het bloed en de bloeddruk sterk stijgen. Deze patiënten krijgen een zoutarm en suikervrij dieet.”

 

Hoe verwerkt het keukenteam al deze informatie?

Voeding AZ Damiaan
Diëtisten kunnen in functie van een patiënt het menu aanpassen.

“We beschikken over Magister, een digitaal programma. Daarin stoppen we alle menu’s van het ziekenhuis. Het gaat om twee winter- en zomercycli van vijf weken en eens de cycli doorlopen zijn, herhalen we alles. Geregeld zijn er aanpassingen om de samenstelling te veranderen. Diëtisten kunnen in functie van een patiënt het menu aanpassen. Stel dat er varkensschnitzel gepland is, dan kunnen we dat voor wie vetarm moet eten vervangen door een geschikt vleesproduct. Alle gegevens geven we via de pc door aan de collega’s van de voedingsadministratie. Hun taak bestaat er onder meer in om dagelijks de patiënten te bevragen naar hun voedingskeuze. Zo kunnen we lijsten samenstellen en alles doorgeven aan het keukenteam. Het is een hele organisatie waarbij alles op elkaar is afgestemd. Zowat 80 medewerkers staan in voor de warme en koude keuken, de cafetaria en de vaat. Communicatie en een optimale taakverdeling zijn cruciaal.”

 

Moeten jullie rekening houden met een bepaald budget?

“Je hoort overal dat er besparingen nodig zijn. Maar als diëtisten zijn we daar minder mee bezig, deze verantwoordelijkheid ligt bij het diensthoofd van de keuken. Daar wordt met bestekken gewerkt. Op geregelde tijdstippen kunnen leveranciers zich aanmelden. Er volgen testen om de smaak, kwaliteit en prijs na te gaan. Op die basis wordt een keuze gemaakt, dus op die manier is er ook budgetbeheersing.”

 

 

>> Kinderen herstellen vlugger zonder bijvoeding
Professor Greet Van den Berghe, diensthoofd intensieve zorgen UZ Leuven, voerde onderzoek naar de voeding van kinderen die zwaar ziek op intensive care worden opgenomen. In totaal volgde zij en collega’s dit op bij 1.440 kinderen. Professor Van den Berghe stelde vast dat ze meer overlevingskansen hebben en sneller herstellen als je ze in de eerste week geen of weinig bijvoeding geeft. Dat verbaast, want je zou denken dat deze patiëntjes flink moeten aansterken en extra voeding nodig hebben. De helft van de kinderen kreeg bijvoeding zoals internationale richtlijnen het bepalen. De andere kinderen kregen alleen vocht toegediend met een heel klein beetje suiker. Conclusie? Deze laatste groep kon eerder naar huis. De kinderen hadden minder infecties en hun vitale organen bleven gezonder. De redenering is dat het lichaam van zwaar zieke kinderen door te vasten het signaal krijgt dat er iets mis is, waardoor systemen tot herstel worden geactiveerd. Professor Van den Berghe stelt at de richtlijnen best aangepast worden

 

>> Ontbijtbuffet op bed
AZ Herentals zocht naar mogelijkheden om de eetlust aan te wakkeren. Het idee groeide om patiënten te bedienen met een broodkar. Zo kunnen ze op het moment zelf kiezen waar ze zin in hebben. En dat blijkt beter te werken dan patiënten de dag ervoor te laten beslissen welk ontbijt ze willen. Patiënten eten met meer smaak en vooral ook een grotere hoeveelheid. Voor het ziekenhuis vergt het behoorlijk wat organisatie, want heel wat patiënten volgen een dieet.