Eleonora ‘Lon’ Holtzer is Vlaams zorgambassadeur. Vanuit die rol werkt ze aan voldoende instroom in de zorgberoepen. Dat is, met de toenemende vergrijzing, een cruciale opdracht. Wij praten met haar over haar uitdaging, haar aanpak en over de evolutie van het beroep van verpleegkunde in de ouderenzorg. Ze wordt geflankeerd door Dirk Doucet, zelf verpleegkundige en sinds kort directeur van het WZC Sint-Margaretha in Holsbeek, waar dit gesprek ook plaatsvindt.

 

Boordtabellen

Zorgambassadeur word je natuurlijk niet zomaar. Lon Holtzer legde vooraf een lang parcours af. ‘Ik ben aan de basis begonnen, als verpleegkundige aan het UZ Leuven’, blikt ze terug. ‘Daarna heb ik formidabel veel kansen gehad en ben ik doorgegroeid tot directeur verpleegkunde. Daar zag ik in mijn boordtabellen dat we met de bestaande instroom in zorgberoepen op een gigantisch personeelstekort afstevenden, want veel medewerkers zouden op (brug)pensioen gaan: er moest iets gebeuren en dringend!’

 

Vriendelijker

Lon overlegde met het werkveld en er werd besloten dat er – geïnspireerd door de griepcommissaris – een commissaris verpleegkunde nodig was: iemand met een helikopterzicht op het zorglandschap, die ook de verbinding tussen opleiding en arbeidsmarkt kon maken. Er werd een functiebeschrijving en profiel naar Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Jo Vandeurzen gestuurd. Die integreerde dit idee in zijn Actieplan ‘Werk maken van werk in de zorgsector’. Hij stelde wel voor om er zorgambassadeur van te maken in plaats van commissaris, ‘omdat dat vriendelijker klinkt’. Voor Lon Holtzer doet die naam er niet veel toe. ‘Ik werk onder voogdij van de Vlaamse Overheid en van de minister van Welzijn, maar mijn échte opdrachtgever is de patiënt of de bewoner in de residentiële zorg.’

 

Lon combineert de rol van zorgambassadeur met een staffunctie aan de associatie KU Leuven, waar zij de zorgopleidingen coördineert. ‘Dat is een goede combinatie, zo houd ik als zorgambassadeur ook de vinger aan de pols van de opleidingen.’

 

Parkiet

Lon Holtzer is dus perfect geplaatst om naar de evolutie van een job als verpleegkundige in de ouderenzorg te kijken, bovendien is ze ook bestuurder in een aantal woonzorgcentra.

 

‘Ouderen komen op steeds latere leeftijd aan in een wzc’, legt ze uit. ‘Dat betekent ook dat de gemiddelde zorggraad van de bewoners toegenomen is. Als verpleegkundige in de geriatrie krijg je daardoor bijna altijd met multipathologie te maken, met dus ook toenemende jobcomplexiteit. En naast de fysieke en pathologische aspecten, zijn er ook de mentale, sociale en spirituele aspecten.’

 

Dirk Doucet voegt er nog een dimensie aan toe. ‘Iemand die hier in ons wzc binnenkomt, is altijd meer dan die individuele persoon met zijn zorggraad. Hij heeft altijd een rugzakje mee van thuis. En om je werk goed te doen, moet je te weten komen wat er in dat rugzakje zit en moet je ermee aan de slag.’

 

Lon Holtzer illustreert dit met een sprekend voorbeeld: ‘In het team rond een bewoner in de residentiële zorg moet er altijd iemand zijn die zich ook zorgen maakt over de parkiet van de bewoner die thuis misschien aan het verhongeren is.’

 

Stoppen met bouwen

Naast de inhoud, veranderen ook de organisatievormen voor wie in de ouderenzorg werkt.

 

‘We moeten stoppen met woonzorgcentra te bouwen’, verrast Lon Holtzer. ‘We kijken nu naar de leeftijd waarop mensen gemiddeld in een wzc binnenkomen en we extrapoleren dat naar de toekomst. Zo berekenen we het aantal wooneenheden die we willen bouwen. Maar dat is niet houdbaar, een wzc moet veel meer een laatste optie zijn. We moeten inzetten op vermaatschappelijking van de zorg: ouderen zolang mogelijk in hun vertrouwde thuisomgeving laten, ondersteund door professionals, vrijwilligers en mantelzorgers. Die laatste moeten daarbij niet zomaar beschouwd worden als goedkope arbeidskrachten, het zijn onmisbare schakels in een kwalitatief leven voor de ouderen.’

 

Instroom uit aso

Zorgberoepen worden dus steeds moeilijker en spelen zich bovendien af in flexibele organisatiemodellen. Dat vergt toch ook een stijgende intellectuele capaciteit van de mensen op de werkvloer?

 

‘Dat klopt helemaal’, bevestigt Lon Holtzer ons vermoeden. ’Daarom ook streven we voor de opleiding verpleegkunde naar 50 procent instroom vanuit het aso. Let op, bso en tso zitten ook heel goed in elkaar. Maar gezien de toenemende complexiteit van het beroep, is het echt belangrijk dat een verpleegkundige een breed wereldbeeld heeft, abstract kan denken en klinisch goed kan redeneren.’

 

Een belangrijke realisatie van Lon is dat de bachelor voor verpleegkunde is opgetrokken van drie jaar naar vier jaar. ‘Ik weet wel dat dit een gigantische maatschappelijke kost is’, vertelt Lon. ‘Maar voor Europa moet een verpleegkundige 2300 uur stage doen. En praktijkervaring is nodig, maar er is toch ook nog een groot deel theorie dat moet gegeven worden. Dat is enkel realistisch als je het spreidt over vier jaar.’

 

Wisselwerking tussen scholen en zorginstellingen

Om de job van zorgambassadeur goed in te vullen, is het nodig om sterke feedback te hebben uit het werkveld. De campagne wordt daarom onder leiding van Lon aangestuurd vanuit het Vlaams Overleg Platform Zorgpromotie (VOPZ). Deze groep bestaat uit mensen uit de provincies en regio’s, mensen uit het onderwijs en het werkveld. Die komt op Vlaams niveau enkele keren per jaar samen om de krijtlijnen uit te zetten. Provincies en regio’s passen die dan toe op hun eigen specifieke behoeften en brengen de campagnes lokaal tot leven. Ikgaervoor.be is de gemeenschappelijke website waar ze mee werken. Maar een website en campagnes zijn natuurlijk niet voldoende om de doelstellingen te bereiken.

 

‘Heel belangrijk is de wisselwerking tussen scholen en zorginstellingen‘, zegt Dirk Doucet en hij geeft meteen een voorbeeld. ‘De manier waarop stagiairs ontvangen worden op hun eerste werkdag is cruciaal. Krijg je een warm onthaal en goede begeleiding? Of krijg je meteen bevelen naar de oren geslingerd? Dat maakt een groot verschil in de goesting waarmee de stagiairs hun job uitoefenen en hoe ze over hun job vertellen.’

 

We proberen in elke provincie olievlekken te creëren van samenwerkingen tussen opleiding en zorginstellingen’, vult Lon Holtzer verder aan. En die aanpak werkt: ‘Recent hebben we met een Leuvense scholengemeenschap inleefmomenten georganiseerd: leerlingen uit de scholen konden dan kennismaken met de werkvloer van zorgberoepen. En dat liep heel goed. Ook daardoor hebben we in het Leuvense effectief een instroom van 50 procent uit het aso in verpleging. Toen het projectgeld op was, waren de scholen zo enthousiast dat ze het project toch hebben verdergezet. Toen heb ik mezelf een pint uitgeschonken, want het ultieme doel was bereikt: dat de secundaire scholen het nut inzien van een goede begeleiding van hun studenten bij hun studiekeuze. Het is niet ‘zoveel mogelijk mensen naar de zorgsector brengen’, maar wel de juiste mensen. Inleefmomenten zijn daarvoor ideaal.’

 

Diversiteit op de werkvloer

We vragen aan Dirk wat de prioriteit moet zijn van de zorgambassadeur, die hier naast hem zit. ‘Waar ik me in het wzc bij ons weleens zorgen over maak, is de diversiteit’, zegt hij. ‘In de logistiek zien we al veel kleur, maar dat is nog niet het geval bij het zorgpersoneel.’

 

‘Diversiteit is inderdaad iets dat je me de volgende jaren in de schoenen mag schuiven’, zegt Lon. ‘Want de samenstelling van het personeel moet een afspiegeling worden van de maatschappij.’

 

Werken aan diversiteit moet trouwens niet enkel op etnisch vlak, ook op het vlak van gender is er nog werk aan de winkel. ‘We slagen er nog te weinig in om mannen naar zorgberoepen te leiden’, vertelt Lon. ‘Wie me kan zeggen hoe we dat moeten doen, ben ik eeuwig dankbaar’.

 

Is de verloning misschien te laag om mannen aan te trekken? ‘Als je stinkend rijk wil worden, dan moet je geen verpleegkundige worden ‘ zegt Lon. ‘Maar we zijn zeker niet de slechts betaalde categorie in de sociale sector.’

 

‘Bovendien zijn er ook nog de premies van avond- en nachturen,’ wijst Dirk ons op de financiële mogelijkheden.

 

Werkzekerheid is ook een aantrekkelijke factor in dit beroep. Misschien moet dat nog meer naar voor komen in de communicatie? ‘Wie verpleegkunde studeert, is zeker van een job, dat klopt’, vertelt Lon. ‘Maar als je werkzekerheid al te hard naar voren schuift als argument om voor een zorgberoep te kiezen, trek je misschien de verkeerde mensen aan. De belangrijkste drijfveer moet toch de mens en de zorg zijn.’

 

ACTIEPLAN

De functie van zorgambassadeur is deel van het actieplan ‘Werk maken van werk in de zorgsector’ van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen.

Dat startte in 2010, om de vele lopende initiatieven om promotie te maken voor zorgberoepen te stroomlijnen en de boodschap in Vlaanderen meer kracht bij te zetten. Ikgaervoor.be is de gemeenschappelijke website van de alle actoren. De laatste versie is Actieplan 3 ‘Werk maken van werk in de zorg- en welzijnssector’.

 

BOEK

Bij Acco verscheen het boek ‘De 7 privileges van de zorg’ door Lon Holtzer. Het gaat over uitdagingen en opportuniteiten en het immense voorrecht in zorg en welzijn te mogen werken. De zorgambassadeur gaat hierover in gesprek met economen en ethici, onderwijsdeskundigen en sociologen, beleidsvoerders en zorgverleners, mantelzorgers en vrijwilligers. De 7 privileges zijn een eigenzinnige hertaling van de 7 werken van barmhartigheid. Thema’s als diversiteit, technologie, autonomie, ontmoeting, kwetsbaarheid en zelfrealisatie krijgen vanuit het perspectief van zorg en welzijn een hedendaagse interpretatie. De cliënt krijgt, zoals het hoort, het laatste woord.