BRUSSEL, 06/11/2018.- De test om het syndroom van Down op te sporen bij foetussen wordt sinds de zomer van 2017 zo goed als volledig terugbetaald. Elk jaar laten ongeveer 100.000 vrouwen zich onderzoeken om het risico op downsyndroom bij hun foetus te bepalen.
 

Vandaag staat in een aantal kranten te lezen dat de test niet leidt tot minder kinderen met down. Het is te vroeg om te concluderen dat er minder kinderen met het syndroom van down worden geboren. Het effect van terugbetaling van de NIP-test wordt pas zichtbaar bij de geboortes vanaf januari 2018.
 

Keuzevrijheid
Als aanstaande moeder heb je de keuze om je prenataal te laten screenen op o.a. het syndroom van Down. “Dankzij de NIPT-test moeten er minder invasieve testen worden uitgevoerd en daardoor verkleint het risico op een miskraam. Die invasieve tests leiden in 1 op de 100 gevallen tot een miskraam. Elk jaar verloren gemiddeld vijftig vrouwen in ons land hun ongeboren kind op deze manier”, benadrukt minister Maggie De Block.
 

Bij een positief resultaat van de NIP-test is toch nog een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest noodzakelijk voor een definitieve bevestiging, zeker bij jonge vrouwen.
 

Het is in elk geval nooit de doelstelling geweest om het aantal kinderen met het syndroom van Down te beïnvloeden, wel om de meest betrouwbare test aan te bieden aan aanstaande ouders die bewust de keuze maken voor prenatale screening.
 

Minder ongelijkheid
De NIP-test kost maximum 8,86 euro en analyseert het DNA van de foetus in het bloed van de moeder. Deze test is veel nauwkeuriger dan de klassieke combinatietest. Als het resultaat van de NIPT negatief is, dan is er geen risico op down bij de foetus. In 99,8% van de gevallen is de test correct.
 

De NIP-test is al sinds 2013 beschikbaar in ons land maar kostte voor de terugbetaling tot enkele honderden euro aan de ouder. Enkel wie het zich kon permitteren koos toen voor de NIP-test. “Ik ben zeer blij dat we die ongelijkheid hebben weggewerkt! We hebben een kwalitatieve screeningstest toegankelijk gemaakt voor alle aanstaande moeders die dat wensen”, besluit minister De Block.