Door Inge Geraerts- Marijke Van Kampen, Kinesitherapeut, UZ Gasthuisberg Leuven

 

Prostaatkanker is wereldwijd de tweede meest frequent gediagnosticeerde kanker bij mannen (1). In België krijgt 1 op 4 nieuwe mannelijke kankerslachtoffers de diagnose prostaatkanker (Stichting Kankerregister 2010). Een radicale prostatectomie is sedert vele jaren de voorkeursbehandeling voor het verwijderen van lokale en lokaal gevorderde prostaattumoren. De chirurgische technieken verbeterden doorheen de jaren, waardoor de oncologische resultaten excellent werden (2).

 

Sedert 2001 wordt naast de klassieke open radicale prostatectomie, vaak geopteerd voor de robotgeassisteerde radicale prostatectomie. Eén van de belangrijkste neveneffecten van deze operatie blijft echter urinaire incontinentie. In de literatuur wordt steeds een brede waaier aan incidentiecijfers van urinaire incontinentie na radicale prostatectomie teruggevonden, afhankelijk van de definitie van urinaire incontinentie die gehanteerd wordt, de verschillende momenten waarop de verschillende studies het urineverlies meten, de persoon die het urineverlies evalueert en de chirurgie die gebruikt werd. Zo heeft 59-90% na open chirurgie (3, 4) en 31-87% na robot chirurgie (4-6) last van urinaire incontinentie onmiddellijk na het verwijderen van de blaassonde. Na 12 maanden blijkt 6-39% na open en 3-31% na robot chirurgie nog steeds incontinent te zijn (7, 8) (zie Tabel 1).

 

Incidentie van urinaire incontinentie na radicale prostatectomie in de literatuur
Tabel 1 Incidentie van urinaire incontinentie na radicale prostatectomie in de literatuur

 

Hoewel de cijfers in het voordeel van de robot techniek spreken wat betreft de duur tot continentie, blijft dit tot op heden echter een discussiepunt. Recent onderzoek in het UZ Leuven maakte het mogelijk de incidentie van urinaire incontinentie na radicale prostatectomie nu ten opzichte van 15 jaar geleden te bekijken (zie Tabel 2) (3, 9). Alle patiënten kregen postoperatief bekkenbodemspiertraining vanaf het ogenblik van sondeverwijdering tot totale continentie.

 

Tabel 2. Incidentie van urinaire incontinentie
Tabel 2 Incidentie van urinaire incontinentie 2010-2012 t.o.v. 1995-1997 (UZ Leuven) (3, 9)

 

 

Globaal gezien komen de huidige cijfers overeen met 15 jaar geleden. In detail lijkt de robot groep in de eerste maanden na radicale prostatectomie beter te scoren dan de open groep. Het is echter belangrijk te vermelden dat de open en de robot groep nogal heterogene groepen waren wat betreft bepaalde basiskarakteristieken. Met name, er waren minder hoog-risico tumoren en meer zenuwsparende operaties in de robot groep dan in de open groep, waardoor de robot groep in principe een lichtere groep patiënten vormde (10).

 

Urinaire incontinentie kent een spontaan herstel bij de meeste mannen, maar het kan 1 tot 2 jaar duren na radicale prostatectomie. Verschillende onderzoekers bewezen reeds dat continentie sneller bereikt kan worden met postoperatieve bekkenbodemspiertraining (zie Tabel 3) (3, 11, 12).

 

Tabel 3. Effect van bekkenbodemspiertraining
Tabel 3 Effect van bekkenbodemspiertraining (BBST) op de duur van incontinentie (3, 11, 12)

 

Het additionele effect van preoperatieve bekkenbodemspiertraining bleef echter lange tijd onduidelijk. Zes studies onderzochten reeds de toegevoegde waarde van preoperatieve oefeningen (13-18). Vijf studies vonden positieve resultaten wat betreft de duur tot continentie (14-18). De meeste studies kenden echter beperkingen in methodologie en studie-opzet, zoals het variëren van zowel pre- en postoperatieve therapie in beide groepen, te kleine proefgroepen, een brede waaier aan continentiecriteria… hetgeen vergelijking moeilijk maakte. Recent onderzoek (9) randomiseerde 180 patiënten na open of robot radicale prostatectomie in de experimentele (start bekkenbodemspiertraining 3 weken voor chirurgie) of de controle groep (start bekkenbodemspiertraining bij sondeverwijdering). Alle patiënten noteerden hun urine verlies 24 uur/dag tot ze continent waren. Continentie werd gedefinieerd als drie opeenvolgende dagen van 0 gram urineverlies. Alle patiënten kregen één maal per week individuele behandeling op ambulante basis. Bijkomend werkten ze thuis dagelijks een oefenprogramma af. De resultaten toonden aan dat de gemiddelde duur tot continentie 30 dagen (controle groep) en 31 dagen (experimentele groep) bedroeg. Standaard postoperatieve behandeling van incontinentie kon dan ook niet verder verbeterd worden door 3 extra preoperatieve behandelingen (zie Figuur 1) (9).

 

Figuur 1 Tijd tot incontinentie
Figuur 1. Tijd tot continentie naargelang het type behandeling

 

 

Significant bijdragende factoren tot een snellere recuperatie van continentie bleken een jongere leeftijd en de afwezigheid van preoperatief urineverlies te zijn. Andere factoren zoals de risicogroep, de zenuwsparende status en de body mass index hadden geen invloed op de duur tot continentie. In de literatuur staan nog vele andere risicofactoren voor een langere incontinentieduur beschreven, namelijk preoperatieve urethralengte, voorafgaande TURP, klinisch en pathologisch tumorstadium, roken, fysieke activiteit, comorbiditeiten, opleidingsniveau…. De verschillende studies komen echter niet steeds tot een eenduidig resultaat. Tabel 4 geeft een overzicht van het aantal artikels dat een bepaalde risicofactor significant bevond. Indien de betreffende risicofactor bij ‘altijd’ geclassificeerd staat, betekent dit dat deze factor door alle gevonden artikels als risicofactor voor incontinentie na radicale prostatectomie werd aangegeven. ‘Soms’ betekent dat de literatuur hierover niet eenduidig was en ‘nooit’ betekent dat de betreffende risicofactor door geen enkele studie als risicofactor werd aangeduid.

 

Tabel 4. Risicofactoren voor incontinentie
Tabel 4 Risicofactoren voor incontinentie na radicale prostatectomie

 

 

 

Referenties

  1. Jemal A, Bray F, Center MM, Ferlay J, Ward E, Forman D. Global cancer statistics. CA Cancer J Clin. 2011;61(2):69-90.
  2. Madeb R, Golijanin D, Knopf J, Vicente I, Erturk E, Patel HRH, et al. Patient-Reported Validated Functional Outcome After Extraperitoneal Robotic-Assisted Nerve-Sparing Radical Prostatectomy. JSLS, Journal of the Society of Laparoendoscopic Surgeons. 2007 //;11(4):443-8.
  3. Van Kampen M, de Weerdt W, Van Poppel H, De Ridder D, Feys H, Baert L. Effect of pelvic-floor re-education on duration and degree of incontinence after radical prostatectomy: a randomised controlled trial. The Lancet. 2000 1/8/;355(9198):98-102.
  4. Ficarra V, Novara G, Fracalanza S, D’Elia C, Secco S, Iafrate M, et al. A prospective, non-randomized trial comparing robot-assisted laparoscopic and retropubic radical prostatectomy in one European institution. BJU International. 2009;104(4):534-9.
  5. Tewari A, Srivasatava A, Menon M, members of the VIPT. A prospective comparison of radical retropubic and robot-assisted prostatectomy: experience in one institution. BJU International. 2003;92(3):205-10.
  6. Menon M, Shrivastava A, Kaul S, Badani KK, Fumo M, Bhandari M, et al. Vattikuti Institute Prostatectomy: Contemporary Technique and Analysis of Results. European Urology. 2007 3//;51(3):648-58.
  7. Ficarra V, Novara G, Ahlering TE, Costello A, Eastham JA, Graefen M, et al. Systematic Review and Meta-analysis of Studies Reporting Potency Rates After Robot-assisted Radical Prostatectomy. European Urology. 2012 9//;62(3):418-30.
  8. Coehlo R, Rocco B, Patel HRH, MA O, S C, V F, et al. Retropubic, laparoscopic, and robot-assisted radcal prostatectomy: a critial review of outcomes reported by high-volume centers. J endourol. 2010;24(12):2003-15.
  9. Geraerts I, Van Poppel H, Devoogdt N, Joniau S, Van Cleynenbreugel B, De Groef A, et al. Influence of Preoperative and Postoperative Pelvic Floor Muscle Training (PFMT) Compared with Postoperative PFMT on Urinary Incontinence After Radical Prostatectomy: A Randomized Controlled Trial. Eur Urol. 2013 Jan 21(0). PubMed PMID: 23357349.
  10. Geraerts I, Van Poppel H, Devoogdt N, Van Cleynenbreugel B, Joniau S, Van Kampen M. Prospective evaluation of urinary incontinence, voiding symptoms and quality of life after open and robot-assisted radical prostatectomy. BJU International. 2013:n/a-n/a.
  11. Manassero F, Traversi C, Ales V, Pistolesi D, Panicucci E, Valent F, et al. Contribution of early intensive prolonged pelvic floor exercises on urinary continence recovery after bladder neck-sparing radical prostatectomy: Results of a prospective controlled randomized trial. Neurourology and Urodynamics. 2007;26(7):985-9.
  12. Filocamo MT, Li Marzi V, Popolo GD, Cecconi F, Marzocco M, Tosto A, et al. Effectiveness of Early Pelvic Floor Rehabilitation Treatment for Post-Prostatectomy Incontinence. European Urology. 2005 11//;48(5):734-8.
  13. Bales GT, Gerber GS, Minor TX, Mhoon DA, McFarland JM, Kim HL, et al. Effect of preoperative biofeedback/pelvic floor training on continence in men undergoing radical prostatectomy. Urology. 2000 10//;56(4):627-30.
  14. Sueppel C, Kreder K, See W. Improved continence outcomes with preoperative pelvic floor muscle strengthening exercises. Urol Nurs. 2001 Jun;21(3):201-10. PubMed PMID: 11998651.
  15. Parekh AR, Feng MI, Kirages D, Bremner H, Kaswick J, Aboseif S. The Role of Pelvic Floor Exercises on Post-Prostatectomy Incontinence. The Journal of Urology. 2003 7//;170(1):130-3.
  16. Burgio KL, Goode PS, Urban DA, Umlauf MG, Locher JL, Bueschen A, et al. Preoperative Biofeedback Assisted Behavioral Training to Decrease Post-Prostatectomy Incontinence: A Randomized, Controlled Trial. The Journal of Urology. 2006 1//;175(1):196-201.
  17. Centemero A, Rigatti L, Giraudo D, Lazzeri M, Lughezzani G, Zugna D, et al. Preoperative Pelvic Floor Muscle Exercise for Early Continence After Radical Prostatectomy: A Randomised Controlled Study. European Urology. 2010 6//;57(6):1039-44.
  18. Tienforti D, Sacco E, Marangi F, D’Addessi A, Racioppi M, Gulino G, et al. Efficacy of an assisted low-intensity programme of perioperative pelvic floor muscle training in improving the recovery of continence after radical prostatectomy: a randomized controlled trial. BJU International. 2012;110(7):1004-10.

 

urobel logo