Door MEURISSE Anne-Françoise, Urologische verpleegkundige (Infirmière Ressource en Urologie), Cliniques Universitaires Saint-Luc

 

Bejaarden met urine-incontinentie vergen een specifieke behandeling, waarbij we rekening moeten houden met enkele bijzonderheden. Vooreerst de veroudering van het urinestelsel:

  • Veroudering van de blaas, waardoor de blaascapaciteit en -elasticiteit verminderen
  • Veroudering van de urethra, waardoor de sfincters minder krachtig worden
  • Veroudering van de vagina met een risico op vulvovaginale atrofie en prolaps

De blaas wordt minder soepel (ze laat zich minder goed vullen), is vaker instabiel en ledigt zich minder goed, wat resulteert in een min of meer belangrijk residu na mictie.

 

Vaak is er ook een omkering van het circadiaanse ritme. Ouderen moeten vaker ‘s nachts plassen, wat het risico op vallen sterk verhoogt, vooral als ze een slaapmiddel hebben ingenomen.

 

De urine-incontinentie bij bejaarden is bovendien vaak multifactorieel.

 

Bejaarden vertonen vaak meerdere aandoeningen en daar moeten we rekening mee houden bij de behandeling: neurologische afwijkingen, stoornissen van de cognitieve functies, verminderde beweeglijkheid en dan is er nog de prostaathypertrofie bij mannen.

 

Urine-incontinentie heeft een weerslag op de levenskwaliteit van de patiënten. Zo heeft urine-incontinentie een belangrijke psychische weerslag. In de media wordt almaar meer gesproken van urine-incontinentie, maar toch blijft het een taboeonderwerp bij ouderen. Ze schamen zich ervoor, verliezen hun vertrouwen en zelfachting, krijgen seksuele problemen, trekken zich wat terug wat soms zelfs uitmondt in sociaal isolement. Urine-incontinentie is soms de enige reden voor opname van een bejaarde in een instelling.

 

Urine-incontinentie kan ook financiële problemen met zich meebrengen: het materiaal is duur en wordt onvoldoende terugbetaald.

 

Aan de Cliniques Universitaires Saint-Luc hebben we een therapeutisch algoritme opgesteld voor volwassenen met urine-incontinentie. Daaruit blijkt dat de behandeling complex is en dat een multidisciplinaire aanpak vereist is voor een optimale behandeling. Het algoritme benadrukt ook de specifieke rol van de verpleegkundige.

 

Ondersteuning van een gehospitaliseerde patiënt met incontinentie

 

 

Eerste punt

microscopisch onderzoek en cultuur van de urine om een eventuele urineweginfectie uit te sluiten. Urineweginfecties kunnen de enige oorzaak van urine-incontinentie zijn.

 

Tweede punt

 

Diagnosticeren en behandelen van pseudo-incontinentie zoals:

  • De patiënt kan niet zeggen dat hij moet urineren
  • De patiënt vraagt of krijgt geen hulp als hij moet urineren
  • De intimiteit wordt niet gevrijwaard
  • De omgeving is niet beveiligd
  • Atrofische vaginitis
  • Irritatie (fecaloom, doorligwonde stuit …)
  • Constipatie
  • Acute episoden van incontinentie: in het begin van het verblijf, verlies van de vertrouwde referentiepunten …
  • Inname van geneesmiddelen: diuretica, antidepressiva, slaapmiddelen, sedativa, alfablokkers, antiparkinsonmiddelen, neuroleptica, calciumantagonisten, anticholinergica
  • Verkeerde gewoontes (bijv. patiënt drinkt zeer veel op het einde van de dag).

 

De omgevingsfactoren controleren

Zorgen voor een goede infrastructuur:

  • De bedsponden laten zakken
  • Bel beschikbaar
  • Pictogram voor gedesoriënteerde patiënten
  • Handgrepen
  • Verhoogde wc
  • Beschikken patiënten die zich minder goed kunnen bewegen en verplaatsen, over geschikte hulpmiddelen (wandelstok, rollator, wc-stoel, urinaal, antirefluxurinaal …) ?

 

Deelname aan educatieve programma’s

De patiënt moet echt het educatieprogramma volgen:

 

Gezonde levenswijze

  • Evenwichtige voeding om zwaarlijvigheid en verstopping te voorkomen
  • Niet roken
  • Exciterende stoffen (koffie, thee, kruiden …) mijden
  • Niet persen bij het urineren of de stoelgang (persen kan een prolaps in de hand werken)

 

Drinken

  • Voldoende drinken (1,5 l per dag)
  • Minder drinken na 18 uur in geval van nycturie
  • Opgelet: ouderen vertonen zeer vaak oligodypsie (verlies van dorstgevoel)
  • Diuretische dranken mijden

 

Geprogrammeerde urinelozingen

  • Regelmatig naar het toilet gaan, met programmering van de urinelozingen om een eventueel urineverlies te vermijden

 

De keuze van het hulpmiddel hangt af van

  • de ernst van de incontinentie
  • de autonomie van de patiënt
  • de kosten

 

Aangepaste kledij

  •  Geef de voorkeur aan kleding die gemakkelijk kan worden uitgedaan (velcro …) om de autonomie en de beweeglijkheid van de patiënt te bevorderen.

 

Als de incontinentie desondanks aanhoudt, moet de verpleegkundige extra vragen stellen over urine-incontinentie om het probleem beter te kunnen omschrijven.

 

De verpleegkundige moet het residu na mictie meten om overloopincontinentie uit te sluiten. Dat gebeurt op voorschrift van een arts en bij voorkeur met een draagbaar echografietoestel (type Bladderscan) of een korte katheterisatie.

 

In de Cliniques Universitaires Saint-Luc voeren de urologische verpleegkundigen een zeer volledige aanvullende anamnese uit van alle mictiestoornissen van de patiënt.

 

Zo nodig kan een dagboek worden bijgehouden met de datum en het uur van de urinelozingen, de behoefte die de patiënt voelt, de plaats, het urinevolume, het residu na mictie en de dranken. Daarmee kunnen we de klachten van de patiënt objectiveren. Idealiter wordt zo’n dagboek 48-72 uur bijgehouden.

 

De arts van de afdeling kan een beroep doen op een uroloog als hij dat nodig acht. Ook kunnen aanvullende onderzoeken worden aangevraagd. De behandeling verschilt naargelang van het type incontinentie.

 

In zijn algemeenheid

– stressincontinentie wordt behandeld met:

  • Geneesmiddelen (oestrogenen op advies van een gynaecoloog)
  • Bekkenbodemspieroefeningen
  • Chirurgie

 

urge-incontinentie wordt behandeld met:

  • Geneesmiddelen
    • Anticholinergica (Anticholinergica hebben veel bijwerkingen: droge mond, verstopping, verwardheid. Voorzichtigheid is dus geboden bij bejaarden.)
    • Er bestaan nu nieuwe geneesmiddelen die minder bijwerkingen veroorzaken: Mirabegron
  • Kinesitherapie: elektrische stimulering van de nervus tibialis posterior

 

overloopincontinentie:

Behandeling van de oorzaak van de retentie (revalidatie van de blaas met een suprapubische sonde, intermitterende katheterisatie …)

 

Na het starten van de behandeling moet de keuze van het gebruikte materiaal worden geherevalueerd. Je kan een minder absorberende luier voorstellen.

 

De behandeling wordt aangepast aan de mate van autonomie en de cognitieve toestand van de patiënt en naargelang hij al dan niet een beroep kan doen op een verzorger.

 

Enkele beschouwingen

Je mag de patiënt niet behandelen als een kind: daarom kan je beter spreken van beschermingsmateriaal dan van een luier.

 

Voor bejaarden zijn de resultaten van de behandeling niet altijd overtuigend, maar zelfs een lichte verbetering moet ons er altijd toe aanzetten om de moed niet op te geven en alles in het werk te stellen om de urine-incontinentie nog te verbeteren en behandelen.

 

Wat je zeker NOOIT mag zeggen, is: “Plas maar in uw luier”. Dat is immers uiterst vernederend voor de patiënt.

 

Tot besluit zou ik willen onderstrepen dat er gezien de werkbelasting genoeg gemotiveerde verpleegkundigen moeten zijn die een opleiding genoten inzake urine-incontinentie, meer bepaald de keuze, het gebruik en het beheer van het incontinentiemateriaal, geprogrammeerde urinelozingen, het beheer van de dranken en de verschillende aspecten van het diagnostische en therapeutische algoritme die essentieel zijn voor een optimale behandeling.

 

Gezien de vergrijzing zullen we in de toekomst almaar vaker te kampen krijgen met deze situaties. Urine-incontinentie is een symptoom en er moet goed worden nagedacht over de behandeling ervan. Die moet worden verzekerd door een heel team van zorgverstrekkers.

 

 

urobel logo

 

Dit artikel werd voor het eerst werd gepubliceerd in Revue Francophone de Stomathérapie & Soins de Plaies, nr. 16, december 2013, Afiscep.be