Symptomen van de lagere urinewegen bij zowel mannen als vrouwen zijn uiterst prevalent. Om deze goed te bestuderen moeten we de vullingsfase, de ledigingsfase (Abrams P et al 2002) en de diurese in rekening nemen. Dit komt neer op het evalueren van het dag en -nachtritme van de blaas en de nieren. In de meeste studies nemen LUTS toe met de leeftijd en vrij gelijklopend bij vrouwen en mannen. Rond de menopauze krijgen vrouwen iets meer LUTS dan mannen maar op gevorderde leeftijd is de prevalentie iets hoger bij mannen dan bij vrouwen (Irwin D et al 2006, Coyne K et al 2003, Milsom I et al 2001).

 

Het dag- en nachtritme van de vullingsfase

Symptomen van de vullingsfase zijn urineverlies, urge, incontinentie, pollakisurie en nocturie. Nachtelijke LUTS van de vullingsfase zijn nocturia en nachtelijke incontinentie hetzij bedplassen. In populatiestudies met plaskalenders (Van haarst E et al 2004) zien we dat pollakisurie meer frequent is bij vrouwen met een piek rond de menopauze en dat de mannen vervolgens sneller stijgen dan de vrouwen om boven de 70 jaar meer pollakisurie te ervaren dan vrouwen. Het geplaste volume (functionele blaascapaciteit of de blaascapaciteit – het residu) daalt met de leeftijd maar sneller bij oudere mannen.

 

Bij oudere personen met nachtelijke LUTS maar zonder nachtelijke polyurie zien we een significant lagere gemiddelde blaascapaciteit en functionele blaascapaciteit overdag dan bij mensen zonder nachtelijke klachten waar beide significant hoger zijn (Lopes L et al 2017, Decalf V et al 2017).

 

Het dag- en nachtritme van de ledigingsfase

De symptomen van de ledigingsfase zijn moeilijke start, trage of onderbroken straal, plassen in meer tijden, persen en strangurie, en gaan dikwijls gepaard met symptomen van nadruppelen of gevoel van residu. Bij een kleine groep mensen nemen deze klachten toe tijdens de nacht, doorgaans zijn ze milder tijdens de nacht. De prevalentie van lediginsstoornissen stijgt met de leeftijd, is hoger bij mannen en dit toenemend met de leeftijd.

 

Op basis van een zeer kleine cohorte is jaren aangenomen dat het residu hoger zou zijn tijdens de nacht bij ouderen (Griffiths D et al 1996). Bij oudere mannen met LUTS is het residu duidelijk hoger zowel overdag als tijdens de nacht dan in vergelijking met mannen zonder LUTS (Wakako S et al 1999). Bij zowel mannen als vrouwen zien we op oudere leeftijd dat, hoewel de gemiddelde functionele blaascapaciteit hoger is tijdens de nacht, het residu en de residuele fractie het hoogst is overdag (Decalf V et al 2017). Residu meten overdag lijkt in de meeste gevallen dus afdoend op een kleine groep mensen na met nachtelijke urineretentie.

 

Het dag- en nachtritme van de nier

Vrouwen hebben doorheen het leven een hogere diurese dan mannen met een piek rond de menopauze. De diurese stijgt met ouder worden, maar daalt boven de leeftijd van 60 jaar. Intuïtief nemen we aan dat een hogere urineproductie blaasklachten zou kunnen verergeren maar aan de andere kant adviseren we mensen met urineverlies voldoende te gaan drinken.

 

Voor nocturie op basis van nachtelijke polyurie is aangetoond dat deze erger wordt met toenemende nachtelijke diurese en dat dus ook iemand met een perfect normale blaasfunctie nachtelijke LUTS kan hebben. Dat diurese de last die we ervaren van LUTS kan beïnvloeden werd anderzijds bevestigd in een prospectieve studie en dit zowel overdag als tijdens de nacht (Hervé F et al, ICS 2017).

 

Een gezonde jonge mens produceert beduidend minder urine tijdens de nacht in vergelijking met de dag en dit garandeert ons een goede nachtrust. Bij het ouder worden zien we dat dit circadiaans ritme verdwijnt en dat we meer en meer urine produceren tijdens de nacht. De twee belangrijkste factoren die de diurese bepalen zijn de vrije wateruitscheiding en de zoutklaring van de nier. De vrije waterklaring neemt toe met de leeftijd bij beide geslachten op een bijna monotone wijze en is het belangrijkste mechanisme dat nachtelijke polyurie verklaart en doorgaans tot een milde nocturie zal leiden (Denys MA et al, 2018). Door de kleiner wordende blaas met toenemende leeftijd wordt de nocturie echter echt storend en invaliderend (Goessaert AS et al, 2015). De zoutexcretie lijkt significant hoger te worden boven de 60 jaar en veroorzaakt extra diurese met op vergevorderde leeftijd storende nocturie tot nachtelijke incontinentie (Denys MA et al, ICS 2017).

 

Bij vrouwen zien we een piek in diurese rond de menopauze. Dit wordt verklaard door het verlies aan oestrogenen, wat gepaard gaat met een toename van de vrije waterklaring en behandeld kan worden behandeld met hormonale substitutie (Van Kerrebroeck P et al 2002, Bruneel E et al ICS 2016).

 

Samenvatting

Diurese heeft een duidelijke impact op de last die we ervaren van blaasklachten en kan op zich blaasklachten veroorzaken. De functionele blaascapaciteit en de totale blaascapaciteit worden kleiner met toenemende leeftijd en dit meer uitgesproken bij vrouwen dan bij mannen, maar is duidelijk hoger tijdens de nacht bij mensen met nachtelijke polyurie dan overdag. Boven de leeftijd van 70 jaar keert de verhouding om en krijgen mannen veel sneller een kleinere blaas. Het residu wordt groter met toenemende leeftijd bij mannen wanneer ze blaasklachten hebben en is het hoogst overdag. Bij mensen met zeer uitgesproken nocturie hetzij nachtelijke incontinentie is het residu hoger tijdens de nacht.

 

Verlies aan oestrogenen veroorzaakt een toenemende diurese wat mee de last van blaasklachten doet toenemen bij vrouwen rond de menopauze. Het is vooral een combinatie van oorzaken die invaliderende klachten zal uitlokken. Zo zien we dat iemand met een kleiner wordende blaas en een toenemende nachtelijke polyurie invaliderende nocturie krijgt. Ook wanneer op gevorderde leeftijd een forse nachtelijke zoutdiurese zich ent op de verhoogde waterdiurese ziet men een uitgesproken nocturie en typisch nachtelijke incontinentie ontstaan. Een combinatie-aanpak waar nodig is de boodschap. Invaliderende LUTS vergen een plasdagboek!

 

 

Door Karel Everaert