Vanuit de overweging flink wat energie te besparen, worden steeds meer nieuw aangelegde sanitaire installaties in ziekenhuizen en zorgcentra chemisch tegen legionella behandeld. Op die manier mag de temperatuur van warm water onder de wettelijk bepaalde 60°C worden gebracht. Alleen blijkt deze aanpak wel vaker een negatief effect op de kunststofleidingen te hebben, met talrijke problemen tot gevolg. Zorg & Techniek bracht spelers uit het hele proces rond de tafel om over dit issue en mogelijke oplossingen te brainstormen.

 

Voor bestaande installaties voorziet de wetgever in drie alternatieve preventiemaatregelen om legionella te voorkomen: Newtec Water Systems, Oxiperm® Pro en Bifipro® (zie artikel ‘Legionella: een sluipend gif’). Die laatste oplossing is pas goedgekeurd en in België dus nog maar weinig toegepast. De andere twee zijn ondertussen wijdverspreid en worden alsmaar vaker in nieuwe installaties toegepast, omdat de stooktemperatuur voor het warme water dan aanzienlijk kan worden verlaagd.

 

Kunststof is beste materiaal

Laat ons de twee wijdverspreide systemen eens onder de loep nemen. Uit een rondvraag van Zorgnet Vlaanderen blijkt dat veel ziekenhuizen en zorgcentra zich vragen beginnen te stellen over welk desinfectiemiddel ze het best toepassen. Ook de andere betrokken partijen, zoals studiebureaus, installateurs en producenten van kunststofleidingen, worstelen met die problematiek. Zou een mogelijke oplossing de terugkeer naar koperen of stalen leidingen kunnen zijn? Ir. Eddy De Coster, voorzitter VTDV en diensthoofd Technische Dienst UZ Leuven: ‘Zelf zijn we vele jaren geleden van koper op staal overgeschakeld, maar na verloop van tijd werden we opnieuw met corrosieproblemen geconfronteerd. Sommige leidingen slibden daardoor zelfs langzaam dicht, waardoor je natuurlijk een extra risico op legionella krijgt. Voor ons heeft de praktijk uitgewezen dat staal en zelfs roestvrij staal geen goede oplossing zijn. Uiteindelijk zijn we acht jaar geleden op kunststof overgestapt en vooralsnog hebben we nog geen problemen ondervonden.’ Luc Mouton, zaakvoerder AquaServices (adviesbureau voor watergerelateerde projecten): ‘Kunststof is inderdaad nog steeds de beste oplossing vanwege de flexibiliteit bij aanleg en het ontbreken van een risico op corrosievorming. Maar als je er desinfectansia doorheen stuwt, is de kans heel erg groot dat de kunststof vroeg of laat wordt aangetast, tenminste als de randvoorwaarden bij plaatsing niet werden gerespecteerd. Veelal ontstaan er problemen omdat er aan het beginpunt meer desinfectans wordt ingebracht omdat op het eindpunt de beoogde doelstelling niet wordt bereikt. Met andere woorden: met het gebruik van desinfectans ontstaat er een reëel risico dat de levensduur van de kunststofleiding gevoelig wordt ingekort. Bovendien is er niet alleen een probleem met de leidingen, maar ook met alle toebehoren, zoals kraanwerk, appendages… Dan stelt zich natuurlijk de vraag of de energiewinst die je bekomt door desinfectans toe te voegen of de alternatieve preventiesystemen toe te passen, wel opweegt tegen de kosten van een volledig nieuwe sanitaire installatie na een aantal jaar.’

 

Mooie oplossing indien juist toegepast

Elke partij is het erover eens dat legionellapreventiesystemen een erkende methode zijn die wettelijk is toegelaten, maar dat ze geen oplossing bieden indien er geen doorstroming kan worden gegarandeerd. Bovendien blijken bij de plaatsing van deze toestellen niet altijd alle randvoorwaarden te worden vervuld, wat uiteindelijk een risico kan inhouden voor de volksgezondheid en de sanitaire installaties. Toon Sanczuk, directeur van Symbiothic (specialist in waterbehandeling): ‘Bij korte circuits met kleine debieten kan het een heel mooie oplossing zijn, op voorwaarde dat er een continue monitoring is.’ Ir. Jean-Pierre Kruth, afdelingshoofd Natte Technieken, Technische Dienst UZ Leuven: ‘Wij gebruiken desinfectansia voor het koud water van de tandartsstoelen, omdat we daar met piekverbruiken en soms lange periodes van niet-gebruik zitten. Het systeem wordt vanop afstand gemonitord en tot nu toe kunnen we ons er alleen maar positief over uitlaten.’

 

Chemische desinfectie niet altijd nodig

De participanten van de ronde tafel zweren bij een goed ontwerp en aanleg van de sanitaire installatie. Als de Best Beschikbare Technieken (BBT) worden gevolgd, is het risico op legionella immers zo goed als nihil – bij een efficiënte en continue opvolging en monitoring van het systeem – en moet er geen chemische desinfectie gebeuren. Natuurlijk moet je dan wel het warme water tot op 60°C verwarmen zoals de wetgever het voorschrijft. En daar hangt een kostenplaatje aan. Daar tegenover staat dan weer een aanzienlijk langere levensduur van de kunststofleidingen en gerelateerde componenten. De kosten die op die manier te vermijden zijn, zullen op termijn veelal gelijklopen met de opbrengst aan energiebesparing die je verkrijgt door chemische desinfectie toe te passen. Bovendien heb je de praktische rompslomp en het ongemak niet die met de vervanging van het sanitaire systeem gepaard gaan. Frederik Decoutere, afdelingshoofd Klimatisatie en Sanitair van Studiebureau De Klerck (SDK): ‘Helaas is de druk groot om kosten te besparen, waardoor de optie van chemicaliën met het oog op een dalend energieverbruik erg aanlokkelijk is. Als je binnen de mogelijkheden van het leidingsysteem blijft, dan zou deze oplossing in principe geen problemen mogen opleveren. Maar aangezien de technische ploeg in veel ziekenhuizen en zorginstellingen wordt afgebouwd, wordt het sanitaire systeem veelal minder goed opgevolgd.’ Ir. Eddy De Coster: ‘Eigenlijk wordt onvoldoende stilgestaan bij de noodzaak daarvan. Zolang er water uit de kraan komt, is iedereen tevreden. Een keuring, zoals bij elektrische installaties, is volgens mij geen overbodige luxe. En mijns inziens zouden ziekenhuizen meer moeten nadenken over hoe ze hun budget spenderen. Een permanente controle van het sanitaire systeem brengt veel meer op dan pakweg luxemeubilair in de kamers.’

 

Pleidooi voor meer controle

Een goed ontwerp en uitvoering blijken echter meer theorie dan praktijk te zijn, ondanks de strikte regelgeving en BBT. Frederik Decoutere: ‘Bij een nieuwbouw volgen de werken elkaar in een dermate grote snelheid op dat correcties en zelfs controle vaak onmogelijk is. De loodgieter komt de leidingen leggen en de dag erop wordt de chape gegoten. Bovendien moeten steeds meer technieken op minder plaats worden aangelegd, waardoor de loodgieters noodgedwongen weleens koude en warme leidingen dichter bij elkaar plaatsen dan in het ontwerp is voorzien. Tevens wordt alsmaar vaker luchtdicht gebouwd, waardoor een grotere opwarming ontstaat. Gevolg: er ontstaan problemen met koude leidingen die te veel opwarmen, met als resultaat een groot risico op legionella. En precies daar knelt het schoentje. Om dat te vermijden, is het nodig om chemisch te desinfecteren. Bestaande installaties hebben dan ook meestal nog verzinkte materialen die niet tegen thermische desinfectie van 70°C bestand zijn. In deze gevallen blijft chemisch desinfectie het enige alternatief.’

Luc Mouton: ‘In mijn ervaring levert het studiebureau veelal correcte ontwerpen af. Alleen zijn er bepaalde zaken die ze niet kunnen uitwerken, zoals de collectoren. Dit moet de uitvoerder ter plaatse doen en daar beginnen de meeste problemen. Want deze partijen hebben veelal onvoldoende kennis over wat te doen om legionella te vermijden.’ Toon Sanczuk: ‘Ook wij vinden dat veel installateurs een stuk opleiding ontbreken.’ Ir. Eddy De Coster: ‘Ik denk dat de studiebureaus meer controles zouden moeten uitvoeren.’ David Deweer, zaakvoerder van Deweer Sanitair: ‘Het is inderdaad unfair om de installateur met de vinger te wijzen. Wij hebben zelf ook onze verantwoordelijkheid in dit hele verhaal. Op het einde van de werken moeten wij een attest afleveren waarin staat vermeld dat de werken conform de legionellawetgeving zijn uitgevoerd. Dat betekent ook dat wij ons personeel regelmatig moeten opleiden.’ Ir. Jean-Pierre Kruth: ‘Het probleem ligt volgens mij in het ontbreken van controle. Er worden inderdaad attesten afgeleverd, maar er wordt niet nagegaan of de werken effectief correct zijn uitgevoerd. Bij medische gassen moet een extern controleorganisme dat allemaal nagaan, en het zou geen slecht idee zijn mocht dat bij sanitaire installaties ook een verplichting worden.’ Luc Mouton: ‘Ik pleit er in elk geval voor om een externe expert aan te stellen die de implementatie van de volledige sanitaire installatie in alle stadia volgt. Dit is een zeer minieme meerkost, maar je vermijdt wel dat er achteraf problemen ontstaan die niet meer kunnen worden opgelost. Bovendien gaat de problematiek veel verder dan enkel maar legionella. Het water dat aan de watermeter van onberispelijke kwaliteit is, kan op het tappunt al veel minder zijn indien de installatie niet volgens de technische voorschriften van Belgaqua is aangelegd.’

 

Kleine ingrepen, grote voordelen

Een ander probleem is dat de BBT eigenlijk aan vernieuwing toe is, maar dat de regering door de besparingen momenteel niet over de financiële mogelijkheden beschikt om een update te laten samenstellen. Nochtans zijn er nieuwe technieken op de markt die soelaas kunnen bieden – en soms niet mogen worden toegepast omdat ze nog in conflict zijn met de huidige wetgeving. Daarnaast heeft de praktijk uitgewezen dat met enkele eenvoudige ingrepen soms grote resultaten kunnen worden geboekt. En ook die zouden in de BBT niet misstaan. Frederik Decoutere: ‘In ziekenhuizen, en vooral zorgcentra, worden de douches minder gebruikt dan het toilet en de lavabo. Dus is het logischer om de douche eerst in het circuit te plaatsen en dan pas de lavabo of toilet, want op die manier heb je toch minstens overal één keer circulerend water per dag. Hetzelfde geldt met toiletten die op regenwater functioneren: zet het verste toilet op het stadswaternet, want deze zal aan de circulatie meehelpen.’ David Deweer: ‘Wij hebben wel al eens voorgesteld om gemeenschappelijke ruimtes met keukens of grootkeukens op het einde van een circuit te plaatsen. Dit heeft als voordeel dat de hoofdleidingen, zowel van warm als koud water, meer doorstroming krijgen aangezien een keuken veelal intensiever wordt gebruikt.’

 

Bekijk het totale plaatje

Een ander gegeven is dat ziekenhuizen en zorginstellingen heel snel naar een desinfectans grijpen om problemen op te lossen. Toon Sanczuk: ‘Chemisch desinfecteren zou het allerlaatste redmiddel moeten zijn. Want het gaat om drinkwater, hè. Hoe minder schadelijke stoffen dit bevat, hoe beter, zeker als het water voor zwakke personen is bestemd. Vandaar dat ik ervoor pleit om eerst na te gaan of er iets aan de buffervaten, terugslagkleppen in mengkranen, biofilm-opbouw in filters… schort. Veel problemen hebben immers weinig of niks met de (kunststof)leidingen te maken. Zorg voor een goede hydrodynamica en doorstroming, alsook een goede balans tussen koud en warm water. Dan kan je met weinig middelen grote resultaten bereiken.’ En inderdaad, soms zijn eenvoudige ingrepen heel erg efficiënt. Zo geeft Toon Sanczuk een voorbeeld: ‘Meet geregeld de hardheid van het water. Als dat van het koude, onverzachte water even zacht is als dat van het warme, verzachte water van de lavabo, dan weet je dat er een lek van de terugslagklep in de mengkraan is. In veel van die gevallen volstaat het om deze te vervangen om legionella te vermijden. Natuurlijk vraagt het wel wat mankracht om dergelijke controles uit te voeren, zeker als het om grote ziekenhuizen gaat.’

 

Opleiding en informatie nodig

Waar velen weinig of geen rekening mee houden, is dat het aangeleverde drinkwater soms vanuit drie bronnen komt en dus sterk in hardheid kan verschillen. Ook regionaal zijn er grote verschillen. Daarnaast is er nog de temperatuur die naargelang het seizoen kan variëren. Het aanleggen en inspecteren van sanitaire installaties – en de strijd tegen legionella – is dus een ongelofelijk complex gebeuren waarover technici en aannemers voldoende kennis moeten hebben. Frederik Decoutere: ‘Ik denk dat het gebruik van desinfectansia een vals gevoel van veiligheid creëert, waardoor er lakser met controle en opvolging wordt omgegaan.’ Ir. Eddy De Coster: ‘Het komt erop neer om het budget goed te beheren en je technisch team goed op te leiden. Als ze beseffen waarom het zo belangrijk is om het sanitaire systeem continu te controleren en naar oorzaken van problemen te zoeken, dan pas zal je resultaat boeken.’ Ir. Jean-Pierre Kruth: ‘Wij geven jaarlijks de resultaten van ons beheersplan door aan de loodgieters, vakbonden, werknemers, directiecomités… En dat heeft effect, want de betrokkenheid wordt veel groter.’

 

Tool om levensduur te bepalen

Zweer je toch bij het gebruik van desinfectansia in een nieuw sanitair systeem, dan heeft Wavin een oplossing die wat soelaas kan brengen. Kristof Steur, sales manager B&I van Wavin: ‘Een drietal jaar geleden hebben we onderzoek gedaan naar de invloed op onze leidingen van de combinatie druk, waterhardheid, temperatuur en desinfectansia. Op basis van de resultaten hebben we dan een tool ontwikkeld waarmee we de levensduur en levensverwachting van onze leidingen kunnen bepalen in alle mogelijke levensomstandigheden. Uit het onderzoek blijkt trouwens ook dat het beter is om meerlagenleidingen met PEX-C dan PEX-B te gebruiken. Deze zijn immers resistenter, terwijl de meerkost te verwaarlozen is.’

 

Laat je geen rad voor ogen draaien

De algemene teneur van de ronde tafel is dat de BBT een grote stap vooruit in de strijd tegen legionella is geweest, en dat veel installaties in nieuwbouw op een goede manier worden geïmplementeerd. Ook blijkt de aandacht voor legionellabestrijding van alle betrokken partijen toe te nemen en zijn de meesten wel bereid om een inspanning te leveren om het nog beter te doen. De grote barrière ligt voornamelijk in een gebrek aan communicatie en informatieuitwisseling tussen de partijen, het gemis aan opleiding van de uitvoerders en een tekort aan controle. En… de ziekenhuizen die uit onwetendheid en angst voor legionellaproblemen zich laten ompraten door commerciële praatjes van de leveranciers van desinfectia. Want het is natuurlijk wel erg verleidelijk als je hoort dat je twee vliegen in één klap kunt slaan: weinig risico op legionella én een gereduceerde energierekening. Alleen zou iedereen moeten weten dat aan dergelijk heiligmakende oplossingen altijd een reukje zit.

 

DISCUSSIEFORUM: REACTIES UIT DE SECTOR

Dit rondetafelgesprek leverde heel wat voer voor discussie. Verschillende bedrijven reageerden:

 

Geberit (1)

Tot onze spijt hebben wij moeten vaststellen dat in het bovenvermeld artikel “Chemische desinfectie van sanitaire installaties” een vergelijking gemaakt werd tussen verschillende materialen i.v.m. de resistentie van leidingen in het kader van chemische desinfectie van drinkwater, die niet door onafhankelijke studies onderbouwd werd.

“Uit het onderzoek blijkt trouwens ook dat het beter is om meerlagenleidingen met PEX-C dan PEX-B te gebruiken. Deze zijn immers resistenter, terwijl de meerkost te verwaarlozen is.’”
Bron: ‘Zorg en techniek’, september 2015, p.8

Geberit stelt zich als toonaangevende fabrikant van leidingsystemen voor sanitaire toepassingen grote vragen bij die bewuste bewering. Wij hebben de betrokken fabrikant dan ook uitgenodigd om ons de resultaten van het door hen gevoerde onderzoek te bezorgen en hun bevindingen officieel te bevestigen, alsook de bevestiging of het door hen gevoerde onderzoek door neutrale studies gefundeerd wordt. Tot op heden hebben wij geen enkele reactie mogen ontvangen. (…)

Hoewel Geberit akkoord gaat met de algemene boodschap van het artikel, draagt het ons inziens weinig bij tot het creëren van een duidelijk inzicht in materie waarrond momenteel veel verwarring bestaat in de markt, omdat er geen fundamenteel onderscheid gemaakt werd tussen permanente en niet permanente chemische vormen van desinfectie van drinkwater.

 

Newtec Water Systems 

 

Newtec Water Systems NV, als opvolger van het in 2009 ontbonden Ecodis NV, is verantwoordelijk voor alle installaties ooit door deze laatste geplaatst. De technologie, goedgekeurd in 2008 door de Vlaamse overheid als alternatieve beheersmaatregel tegen Legionella, wordt door de wetenschappelijke wereld beschouwd als zeer milieuvriendelijk. Er wordt op geen enkel ogenblik iets toegevoegd aan het water. Het systeem maakt gebruik van de aanwezige chlorides in het water om HOCl (waterstofhypochloriet) en OCl- (hypochloriet) aan te maken, tesamen met zeer kort levende (chloor)radicalen. De pH van het water bepaalt in welke mate beide stoffen zullen aanwezig zijn. Bij pH 7 is er voor 80% HOCl aanwezig wat niet te verwarren is met NaOCl, een typisch product dat vrijkomt bij zoutelectrolyse.

 

Anodische Oxidatiecel De cel (Figuur 1) heeft een dubbele werking, namelijk een poortwachter functie, die alle bacteriën doodt bij passage door de aanwezige radicalen en een restwerking, die gebeurt door het meegegeven vrije chloor (HOCl en OCl-). De techniek is bekend als anodische oxidatie, wat een vorm van electrolyse is, zonder toevoeging van zout, wel door gebruik te maken van het van nature in het water aanwezige zout (NaCl). De ‘Oxidatie aan de Anode’ zorgt ervoor dat er geen schadelijke bijproducten gevormd worden.

De Ecodis-cel wordt sinds 2003 in de zorgsector en in de industrie ingezet en kan daardoor een jarenlange ervaring voorleggen wat betreft de efficiëntie van haar systemen en wat betreft de eventuele nadelige gevolgen ervan op de leidingen en technische uitrusting. Tot heden werd geen enkele melding gemaakt van enige vorming van corrosie of veroudering. Dit werd eveneens wetenschappelijk getest en bevestigd in 2003 door een erkend labo.

 

Figuur 2: Permanente meting van het vrije chloor (wanneer de meetsensor in reinigingscyclus is zijn de meetwaarden fictieve getallen)
Figuur 2: Permanente meting van het vrije chloor (wanneer de meetsensor in reinigingscyclus is zijn de meetwaarden fictieve getallen)

Een belangrijk onderdeel voor het installeren van een alternatieve beheersmaatregel tegen Legionella is het permanente (24/7) bewaken van de installatie, inclusief het geproduceerde vrije chloor (Figuur 2). Hierop kan Newtec weerom bogen op een jarenlange ervaring, tot zeer grote tevredenheid van haar bestaande klanten. Immers de on-line monitoring zorgt ervoor dat niet alleen de technische werking van de installatie gecontroleerd wordt, maar ook de kwaliteit van het water. Newtec gaat er prat op dat een gekwalificeerd ingenieur elke dag de analyse maakt van de werking van de installatie en daar waar nodig ingrijpt door een technieker langs te sturen of door een manipulatie vanop afstand. Op deze manier krijgt de klant altijd een specialist in huis die continu meedenkt en waarop hij ten allen tijde een beroep kan op doen.

 

Geberit (2)

Geberit vindt het bijzonder jammer dat goed bedoelde initiatieven ingevuld worden met eenzijdige verklaringen, waardoor de verwarring en misvattingen over een onderwerp waarrond al heel veel onduidelijkheden bestaan, nog groter gemaakt worden.

We zien het als Geberit als onze taak en morele plicht om de markt op een duidelijke en gefundeerde manier te informeren rond drinkwater en drinkwaterhygiëne. Dat doen we op basis van onze decennialange know how m.b.t. drinkwater (ook vanuit europese context), en daarbij hebben we slechts 1 doel voor ogen: het op een duurzame manier realiseren van drinkwaterdistributie, ook in de Belgische/Vlaamse zorgsector.  Omdat de zorgsector er alle baat bij heeft dit thema in al zijn facetten (niet alleen materiaaltechnisch, maar bijv. ook microbiologisch en toxicologisch) te begrijpen, zijn wij als Geberit van mening dat, i.p.v. elkaar te bekampen (wat uiteindelijk resulteert in een “welles-nietes” spelletje waar niemand mee geholpen is), we binnen de sanitaire sector beter kunnen werken aan een duidelijk kader waarbinnen duurzame oplossingen aangeboden kunnen worden, zodat het probleem van besmetting van drinkwaterinstallaties succesvol kan aangepakt worden vanuit een lange termijn visie.

De publicatie van een eenzijdige conclusie dat “het beter is om PE-Xc te gebruiken dan PE-Xb omdat PE-Xc chemische resistenter is” (in het kader van een chemische desinfectie van drinkwater) is te kort door de bocht. We hebben daarom om een rechtzetting van de bewering namens Wavin gevraagd in het artikel i.v.m. chemische desinfectie van sanitaire installaties magazine uit Zorg en Techniek, onder de vorm van een duidelijke nuancering van deze eenzijdige bewering.

Wat de toegestuurde vergelijkende simulaties betreft: we hebben gemerkt dat zij gemaakt zijn bij een watertemperatuur van 70°C. Vanuit de BBT Legionella (bekrachtigd door een Besluit van de Vlaamse Regering in 2007) wordt voorgeschreven dat een thermische desinfectie dient uitgevoerd te worden met een watertemperatuur van 70°C. M.a.w. de toegestuurde simulaties beschrijven het geval waarin het drinkwater op permanente basis (gedurende 30 jaar) thermisch én tegelijk chemisch gedesinfecteerd wordt. Geberit twijfelt sterk aan de relevantie van deze extreme omstandigheden in de praktijk.

Langs deze weg hopen we dat ook Wavin op een constructieve wil meewerken aan het realiseren van een duurzame drinkwaterverdeling in de Vlaamse zorgsector.