Ir. André Callaert is bouwkundig adviseur op de afdeling VIPA bij het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van de Vlaamse overheid. Althans, dat was hij. Dinsdag 31 oktober 2017 is namelijk zijn curriculum vitae ingegaan als de laatste werkdag voor zijn pensioen. Met enthousiasme en overtuiging ontvangt de bedreven ingenieur ons voor een kritische analyse over bouwen in de zorg vanuit zijn rijke ervaring, zowel wat het verleden als de toekomst betreft.

 

We schotelen André Callaert vier hoofdbrokken voor om door te nemen: de veranderingen in de bouwtechniek, het groter belang van energiezuinig bouwen, het belang en de evolutie van ventilatietechnieken in gebouwen en tot slot de uitdagingen voor zijn opvolgers alsook de bouwheren in de toekomst.

 

 

Bouwtechniek | Men kan niet te veel isoleren (maar het wel verkeerd doen)

 Iedereen is ondertussen overtuigd van het belang van voldoende isoleren. Toch blijft de stelling ‘Te veel isoleren is niet goed en is ongezond’ op bepaalde plaatsen nog steeds overeind. “Je kan eigenlijk niet te veel isoleren”, weerlegt André Callaert die bewering. Men kan wel te weinig verluchten of de isolatie verkeerd plaatsen, zodat er koudebruggen ontstaan, met alle mogelijke negatieve gevolgen van dien. Dat is een ander verhaal. Besparen op isolatie vind ik in elk geval een foute reflex. Architecten zouden nooit mogen besparen op isolatie om bijvoorbeeld qua design meer financiële ruimte te hebben: het functionele moet primeren. Ik zou 10 à 12 centimeter isolatieplaten in de muren aanraden. Je kan nog wat centimeters verder gaan als je wil, maar het verschil tussen 12 en 15 centimeter is weinig significant te noemen…”

 

De toenemende trend van houtskeletbouw noopt André eveneens tot enkele bedenkingen. “Men spreekt euforisch over de voordelen, zoals het snelle drogen, maar laat ons niet sneller dan het droogt over de nadelen gaan. Want die zijn er ook”, tempert de ingenieur. Die nadelen situeren zich dan op het vlak van warmtecapaciteit, vocht, akoestiek, kostprijs… “Houtbouw is erg ingeburgerd in de noordelijke landen zoals Finland, Zweden, Noorwegen… maar wij kampen wel met een klimaat dat veel vochtiger is. Laat eenzelfde schuur 100 jaar onaangeroerd staan in Noorwegen en België. Die in België zal herleid worden tot een rot hoopje losse flarden. In Noorwegen zal de schuur wel wat gekrompen of gebogen zijn, maar alles zal nog overeind staan. Daar dient zeker bijzondere aandacht aan gegeven te worden. Bij ons regent het soms week na week waardoor het hout in zekere mate permanent vochtig blijft en niet de nodige tijd krijgt om volledig te drogen. Bijgevolg zal het gemakkelijker rotten dan in een droger klimaat. Het lijkt me dan ook heel belangrijk om de houtskeletbouw te voorzien van een ondoordringbare buitenschil. Gelukkig zie ik dat al meer en meer toegepast worden. Via deze ondoordringbare buitenschil, wat eventueel een metaalplaat kan zijn, wordt de regenval afgevoerd zonder dat het hout vochtig wordt.”

 

 

Energiezuinig bouwen | Tijd voor eenvoudige maar duidelijke vuistregels

“Ik haalde isolatie zopas al even aan, maar ga er graag nog even dieper op in”, begint André zijn verhaal over energiezuinig bouwen. Ik pleit voor enkele eenvoudige vuistregels:

 

  • Driedubbel glas
  • Isolatiedikte van ca. 12 cm (PUR-platen of analoge materialen in de muren)
  • Dakisolatie van ca. 20 cm (PUR- of analoge materialen)

 

En als er geopteerd wordt voor rotswol of dergelijke dienen alle waarden met 50% verhoogd te worden (ca. 18 cm in de muren en ca. 30 cm in het dak). Met deze vuistregels raak je al een heel eind, zonder dat je naar een studiebureau hoeft te lopen.”

 

Een ander punt waar weleens over gestruikeld kan worden is de zonwering. Het uitgangspunt is echter simpel: hou de zon buiten. Nog voor er gebouwd wordt kan hierbij gekeken worden om de vensters zo te oriënteren dat de zoninval beperkt is. “Maar sommige ruimtes ontsnappen daar natuurlijk sowieso niet aan. Zorg in elk geval voor voldoende verluchting tussen de beglazing en de zonwering, een onderschat probleem. Zonnescreens kunnen bijvoorbeeld een warmeluchtlaag creëren tussen de beglazing en het screen. Deze warme lucht warmt het glas op waarbij de huidige generatie dubbele of driedubbele beglazing de warmte naar binnen doorgeeft. De binnenkant van het venster warmt dus mee op en de koelte in de ruimte gaat ten onder. Hier werden oplossingen voor gezocht (screen paar centimeter verder van de muur en automatiseren met winddetectie) maar daar zat de kip met het gouden ei niet tussen. Gelukkig blijft de industrie in beweging. Maar het credo is simpel: maak voldoende luchtcirculatie mogelijk aan de zonwering! Hou het simpel en geef de voorkeur aan een zonwering met lamellen of dergelijke die een spontane verluchting toelaten zodat geen warmeluchtlaag kan ontstaan tussen het venster en de zonwering.”

 

 

Ventilatietechnieken | Vooruitziendheid is de sleutel tot succes

Zeker bij hoogbouw waar vensters niet open kunnen is een doordacht ventilatiesysteem elementair. Een systeem D met dubbele flux, i.e. inblazen en afzuigen, is bijna standaard geworden. Het verhaal stopt echter niet bij de plaatsing. De problemen stellen zich als de luchtkanalen gereinigd moeten worden. In editie 012 van Zorg&Techniek zagen we in het rondetafelgesprek rond luchtkanalen op enkele beelden al hoe vuil ongereinigde kanalen eruit kunnen zien. Dit geldt vooral voor de afzuigkanalen. Het lijkt ongelooflijk, maar er blijkt een ziekenhuis te zijn in België waar de kanalen zo vuil zijn dat het ventilatiesysteem gewoon uitgeschakeld werd aangezien reiniging heel erg moeilijk bleek te zijn.

 

 

André Callaert: “Ik herinner mij in de eerste plaats een instelling waar ze in iedere bocht van de kanalen een toegangsluik geplaatst hadden. Hiermee konden ze niet meteen elke vierkante centimeter bereiken, maar daar hadden ze iets op gevonden. Met wat eenvoudige plakband hadden ze vier stofzuigerslangen verbonden en met behulp van een lange stok konden ze de kanalen alsnog reinigen door ze te stofzuigen via de toegangsluiken. Het verdient geen schoonheidsprijs, maar met eenvoudige middelen hadden ze toch maar mooi een oplossing gevonden. Ik geef iedereen in elk geval de raad om bij het ontwerp van de luchtinstallatie voldoende toegangsluiken te voorzien. Zo kan er gemakkelijk een efficiënte reiniging gebeuren. Het dichtslibben van afzuigkanalen door stof en dergelijke is een onderschat probleem. Het kan ervoor zorgen dat je ventilatiesysteem niet meer naar behoren kan werken vanwege de dichtgekoekte kanalen.”

 

 

“Sommige architectenbureaus of studiebureaus liggen niet wakker van het reinigen van de kanalen”, licht André Callaert toe, “omdat het dichtslibben meestal pas echt problematische vormen aanneemt na 10 tot 15 jaar. De garantieperiode is op dat moment verstreken zodat het studiebureau niet meer aansprakelijk gesteld kan worden. Hamer er dus op bij uw studiebureau dat ze deze problematiek wel degelijk meenemen in hun ontwerpen en dus in voldoende toegangsluiken voorzien in de kanalen. Het bespaart de instellingen een pak problemen op lange termijn.” 

 

  

Toekomst | Over valse besparingen en het belang van de voorstudie

“Een van de grote uitdagingen in de toekomst zal zijn om van bij het begin van de voorstudie de energiedoelstellingen mee te nemen. Vanaf het allereerste schetsontwerp”, stelt André Callaert. “De oriëntatie van een gebouw bepaalt heel veel, denk aan de invallende energie van de zon of het uitzicht van de kamers, maar wordt vaak verwaarloosd. De architecten moeten een inspanning leveren om de beste inplanting te bepalen en in functie daarvan hun architectuur verder uit te werken. Dit staat haaks op een aanpak die ik geregeld gezien heb bij veel projecten: dat mooie architectuur en fantasietjes eerst op het plan staan en er pas later (of soms helemaal niet) gekeken wordt naar oriëntatie, uitzicht vanuit de kamers, enzovoort. Zó kunnen de architecten zich in de toekomst onderscheiden: het energetische en het functionele aspect doen primeren ten opzichte van de architectuur”, prikkelt Callaert de architecten op vriendelijke wijze.  “Sommige architecten passen dit al toe en slagen er in om een mooie architectuur te combineren met de energetische en functionele vereisten. Maar het vraagt wel een bijkomende inspanning.”

 

Voorts waarschuwt Callaert voor valse besparingen (cfr. supra. luchtkanalen of isolatie). “Besparingen op (het team dat instaat voor) technisch onderhoud kunnen later aanleiding geven tot grote meerkosten. Anderzijds worden meer en meer zaken via elektronica aangestuurd waarbij het voor de directie of de technisch verantwoordelijke van de instelling onmogelijk of zeer moeilijk wordt om zelf nog de installaties bij te regelen. Je kan niet verwachten van een klusjesman of algemene technicus, zeker in een rusthuis of klein ziekenhuis, dat hij voldoende inzicht heeft in alle ingewikkelde sturingen van kleppen, convectoren, luchtgroepen, verwarming, warmtewisselaars… De sturing is dikwijls heel ingewikkeld. En hoe meer er uitbesteed wordt, hoe sneller de kosten kunnen oplopen en hoe meer je je instelling op technisch vlak uit handen geeft… Het is geen eenvoudige opdracht om hierin een gezond evenwicht te vinden”, besluit André Callaert.

 

 

Dit artikel verscheen in editie 017 van het magazine Zorg&Techniek (zorg.tech)