Het pensioen van technisch en facilitair directeur Freddy Naten, op 1 november 2016, viel samen met het einde van een tijdperk in (het bestuur van) AZ Diest. Een carrière zoals die van Freddy? Dat zou nu niet meer mogelijk zijn. Reden te meer om er even bij stil te staan: het verhaal van een man van de streek, met een hart voor Diest.  

 

In oktober 2016 werd Freddy 65 jaar en was het tijd om de deuren van het AZ Diest achter zich toe te trekken. “Al werd de vraag gesteld om op post te blijven”, licht Freddy toe. “Aanvankelijk wou ik toezeggen voor november en december, ook omdat er nog geen vervanger was , maar uiteindelijk strooide een ziekte roet in het eten.” 

 

Toch denkt Freddy dat zijn pensioen op een geschikt moment kwam. “Tegen het einde van mijn carrière verdwenen er veel bekende gezichten uit de directie. Mensen die het ziekenhuis, de geschiedenis en de medewerkers heel goed kenden. De nieuwe personen komen uit andere ziekenhuizen of streken en je voelde (nog) niet diezelfde gebondenheid onderling en met het ziekenhuis. Persoonlijk had ik het gevoel dat ik, met al die wijzigingen in mijn omgeving, weer van 0 zou moeten beginnen op de plaats waar mijn collega’s en ik net een heel mooi en lang verhaal geschreven hadden dat af was. Maar het nieuwe bestuur kent dat verhaal niet. Toen heb ik de knop omgedraaid en gezegd tegen mezelf: Het is mooi geweest.” 

 

Desalniettemin blijft Freddy paraat staan voor het ziekenhuis. “Ik woon in het centrum van Diest, tussen de twee campussen van het ziekenhuis in. Ik zie vanop mijn terras de pendelbus passeren. Als ik kan helpen, dan doe ik dat. Ze weten dat ze mij mogen contacteren. Ook tijdens mijn carrière stond ik altijd paraat wanneer het nodig mocht zijn. Ook wanneer ik zelf iets of iemand nodig had, kon ik praktisch altijd rekenen op de collega’s en externe firma’s. Het is geven en nemen. Collegialiteit en respect zijn hierbij essentieel. Ik heb mezelf nooit boven iemand willen plaatsen en was bereid om de handen uit de mouwen te steken. Zo hoort het, vind ik.” 

 

Het stond niet in de sterren geschreven dat Freddy Naten een carrière als technicus of technisch diensthoofd zou uitbouwen. Met een diploma maatschappelijk assistent en een lesgeversdiploma op zak, volgde eerst een jaar legerdienst waarna hij eerst voor het PMS in Maaseik werkte en later voor het OCMW van Tienen. Ondertussen volgde hij wel een cursus rond preventie en veiligheid. In 1980 stond er vervolgens een vacature open bij het stedelijk ziekenhuis van Diest, waar ze op zoek waren naar een econoom. Op 1 december 1980 ging Freddy er aan de slag, voor een carrière van 36 jaar uiteindelijk. 

 

“Het ziekenhuis is van 1968 en was dus nog een jonge instelling toen ik er aankwam. Aangezien het geen al te grote instelling was, bleek het ook redelijk eenvoudig om snel iets in gang te kunnen zetten. Zo hebben we er  veel kunnen verwezenlijken. In de jaren ’90 volgde dan de fusie met het andere ziekenhuis uit Diest. Twee directies werden één. Bepaalde mensen vertrokken, anderen bleven. Ook ik bleef. Na wat beslommeringen werd ik dan ook bevoegd voor de technische en facilitaire dienst. Het facilitaire ging me meteen heel goed af, maar op vlak van techniek was ik niet bepaald geschoold. Ik heb heel veel geleerd op de werkvloer zelf”, legt Freddy uit.  

 

“Tegenwoordig zou dat niet meer kunnen, een carrière die gegroeid is zoals die van mij. Zaken zoals afvalbeleid, dat valt snel aan te leren. Maar de pure technieken zonder technisch geschoold te zijn… Alles is bovendien veranderd, met de intrede van het digitale en computergestuurde. Er komt ook veel meer administratie bij kijken. Ook daarom voelde ik dat het tijd was voor mij om af te zwaaien. Niemand heeft mij dat ooit zo gezegd, hoor. Maar een frisse wind was welkom. Nieuwe mensen, maar ook een herverdeling van het werk. Het huidige technisch diensthoofd wordt bijgestaan door een preventieadviseur. Daaraan zie je: die twee zaken vallen niet meer te combineren zoals ik vroeger moest doen. Mijn job ging veel ruimer dan techniek alleen.”

 

Onder het bewind van Freddy Naten werden er heel wat stappen vooruit gezet. “We bestonden uit een team van 5 personen: twee man voor de elektriciteit, een loodgieter, een schrijnwerker en een coördinator. Allemaal A2’s. De dagdagelijkse klusjes en problemen, dat konden we perfect aan. Voor de grote zaken werkten we met externen”, schetst Freddy de werkwijze. “Ik denk dan specifiek vooral aan één specifieke partner. We hebben onder meer heel veel verbouwd en daarvoor deden we doorgaans een beroep op iemand uit Dessel die werkte aan 1,5%. Een heel goede overeenkomst met een vakman. Door de jaren heen ben ik mezelf ook blijvend gaan bijscholen. Zo volgde ik bijvoorbeeld lessen over AutoCAD om ook zelf volop in de plannen te kunnen duiken.”  

 

Het werk stond nooit stil ondertussen. “Een NMR plaatsen, een preventieplan uitwerken voor de beide campussen, de noodstroomvoorziening op poten zetten, milieuvergunningen in orde brengen… Ik heb het allemaal op mijn bord gekregen. Met plezier uiteraard”, herinnert Freddy zich nog levendig. “Ook al komt de job weleens neer op het doorlopend oplossen van problemen. Als alles goed werkt, dan wordt dat als normaal beschouwd. Als iets níét werkt daarentegen… Al is er ook veel om trots op te zijn. Zo eindigde mijn carrière met het vernieuwen van de ramen op de campus in de Hasseltsestraat, naar energiezuinigheid alweer een stap voorwaarts. Ook bij de opstart van het JCI-proces heb ik nog een stevige duw in de rug kunnen geven.” 

 

Freddy Naten heeft ook een rol van betekenis gespeeld voor Zorg.tech. “Ik heb de regionale werking Vlaams-Brabant/Limburg op poten gezet en was er een tijdlang voorzitter van. Dat betekent dat ik ook actief mijn steentje bijdroeg telkens wanneer het jaarlijkse congres neerstreek in de Brabanthal. Ik heb in elk geval heel goede herinneringen aan de mensen van Zorg.tech. Ik kon hen altijd contacteren voor hulp of advies. Heel waardevol. Als het past, pik ik graag nog eens een activiteit van hen mee.” 

 

Freddy is nu een klein jaar in pensioen, maar blijft bezig. “Ik zit in tal van verenigingen en maak graag tijd vrij om te fietsen, om naar toneel te gaan, voor optredens… Ik geniet ook van mijn kleinkinderen. Mijn drukke werkleven heeft ervoor gezorgd dat ik mijn eigen kinderen minder vaak zag dan ik eigenlijk wou. Dat wordt nu goedgemaakt. Ik heb voorts lang gevoetbald en ben ook gediplomeerd trainer, maar mijn sportieve focus ligt nu op petanque. Op woensdag en zaterdag speel ik, in 1ste provinciale Limburg.” 

 

 

 

Dit artikel verscheen in het magazine Zorg&Techniek, het ledenblad van Zorg.tech