Onderzoeker Jozef Pacolet is niet ongerust

Afgelopen augustus publiceerde De Standaard een alarmkreet van een jonge verpleegster vanuit een Gents rusthuis. Zij kon niet de zorg geven die ze wou, wegens tekort aan personeel en middelen. Wij gingen op zoek naar de naakte cijfers, bij Jozef Pacolet.

 

Jozef Pacolet is hoofd van de onderzoeksgroep verzorgingsstaat en wonen, aan het HIVA-KU Leuven. In opdracht van het Steunpunt Welzijn, Gezondheid en Gezin onderzocht hij de financiële situatie van de woonzorgcentra. Hij wil de situatie niet minimaliseren, maar wel nuanceren. ‘Er is inderdaad onderfinanciering maar de kloof is niet gigantisch. Er is ook geen reden om paniekerig te doen over de toekomst.’

 

Kostenplaatje

Pacolet steekt van wal door ons een algemeen beeld van het kostenplaatje van een rusthuisbed te schetsen. ‘Een bed kost -gemiddeld- 130 euro. Daarvan wordt 50 euro betaald door de patiënt. De overheid past de rest bij. Dat gebeurt via de ziekteverzekering, vroeger federaal via het RIZIV, maar sinds de laatste staatshervorming is dat regionale materie en loopt dit via de Vlaamse sociale bescherming.’

 

‘Het is een zware factuur, maar in een verzorgingsstaat moet de overheid die ook betalen op een kwaliteitsvol niveau.’

 

Voor Pacolet is er geen discussie over mogelijk dat de overheid deze verantwoordelijkheid moet opnemen. ‘Het is een zware factuur, maar in een verzorgingsstaat moet de overheid die ook betalen op een kwaliteitsvol niveau. Als dat niet gebeurt, zal er een private verzekeringsmarkt ontstaan en een duale maatschappij, met een groep die wél kwaliteitszorg kan betalen en een groep die tevreden moet zijn met basiszorg.’

 

Ook wat betreft het aandeel dat de overheid financiert, is er voor Pacolet weinig marge. ’Het is voor een burger toch een belangrijk risico, als je weet dat de gemiddelde verblijfsduur in een WZC 2 à 3 jaar bedraagt. Met een bijdrage uit eigen zak van 50 euro per dag, kom je aan 1500 euro per maand. Voor hogere inkomens is dit geen probleem, maar voor mensen met een kleiner pensioen wordt dat al moeilijk.’

 

Financiering

Het onderzoek waar Pacolet tijdens ons gesprek naar verwijst, is gebaseerd op cijfers van 2012/2013. De resultaten tonen een discrepantie tussen de beste norm en het door het RIZIV werkelijke gefinancierde personeel. De beste norm is gemiddeld voor zorgcategorieën samen, uitgedrukt in personeelsleden: 9,7 fte’s (= voltijdse personeelsleden) per 30 bedden. Het financieringstekort bedraagt 15 procent, maar in 2004 werd er een mechanisme geïntroduceerd dat de woonzorgcentra die een extra zorginspanning doen met bovennormpersoneel daar 10 procent compensatie voor krijgen. Er blijft dus nog 5 procentpunt te gaan.

 

‘Ook als je vergelijkt met de situatie in 2001 is de evolutie gunstig.’

 

‘Dat is wel degelijk een tekort’, licht Pacolet toe. ‘Maar in het licht van de steeds toenemende vergrijzing en de aanhoudende logica van besparingen van de laatste jaren valt dit goed mee in vergelijking met andere overheidsuitgaven. Ook als je vergelijkt met de situatie in 2001 is de evolutie gunstig: toen was de onderfinanciering nog 33 procent en bestond er geen compensatie voor de extra zorginspanningen.’

 

Capaciteit

Als belangrijke partner in de financiering van de bedden, moet de overheid ook voor voldoende capaciteit zorgen. ‘En dat heeft ze ook gedaan’, steekt Pacolet een pluim op de hoed van de overheid. ‘Er zijn de laatste jaren heel wat nieuwe bedden gegund, zelfs in die mate dat er in de sector al de vrees voor overcapaciteit bestaat, vooral in de regio Brussel.’

 

Naast de toename van het aantal bedden, moet de overheid ook een antwoord bieden op de toename in zorgbehoevendheid van bewoners van de woonzorgcentra. Ook dat is gebeurd, en wel door de conversie van de rusthuisbedden (ROB-bedden) naar Rust- en verzorgingstehuisbedden (RVT-bedden). ‘Een bejaarde in een RVT-bed is een meer zorgbehoevende, maar ook beter gefinancierde bejaarde, want er hangt een hogere forfait aan vast. Dus door proportioneel meer RVT-bedden te gunnen, heeft de overheid de zorgintensiteit verhoogd.’

 

‘We mogen en moeten onze normen en verwachtingen verhogen.’

 

Verbeterde financiering

De financiering ging er dus op vooruit. Vanwaar dan toch de negatieve signalen vanop het terrein? ‘Ik wil de realiteit niet ontkennen’, zegt Pacolet. ‘Ik spreek hier over gemiddelden, dat neemt niet weg dat er in bepaalde voorzieningen problemen kunnen ontstaan. We gebruiken hier bovendien de beste wettelijke norm als maatstaf. Misschien is die aan herziening toe in de huidige maatschappelijke context.’

 

Dat laatste illustreert hij met een anekdote: ‘Recent stelde een directeur me de werking van zijn, voorbeeldig georganiseerd, wzc voor. Hij waarschuwde me dat het waarschijnlijk niet aan mijn verwachtingen zou voldoen, want dat het ook niet aan zijn eigen verwachtingen voldeed. Met andere woorden: we mogen en moeten onze normen en verwachtingen verhogen. Of zoals het in het Frans klonk door Vincent De Paul, middeleeuws organisator van caritatieve werken: ‘toujours davantage’ … ‘steeds meer’.

 

Toekomst

De huidige financiering van de sector kan dus beter, maar is toch ook niet rampzalig volgens Pacolet. Hij vindt dat we ook over de toekomst van de financiering niet paniekerig hoeven te doen.

 

‘De kost van de langdurige zorg bedroeg in 2013 2,1 procent van het BBP. In 2020 zal dat 2,3 procent zijn en in 2060 3,7 procent. Maar het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd met twee jaar, zoals het nu in het laatste regeerakkoord staat, brengt 2 procent van het BBP minder uitgaven met zich mee, volgens cijfers van het Planbureau.’

 

‘Als we, zoals schoonmoeder Europa adviseert, de wettelijke pensioenleeftijd verder laten evolueren met de levensverwachting – het staat overigens ook in het regeerakkoord – lijkt dit geen onoverkomelijk probleem. Of het verder optrekken van de pensioenleeftijd een goede zaak is, laat ik aan u over…’, legt Pacolet de bal even in ons kamp.

 

‘De geneeskunde evolueert, waardoor de gemiddelde leeftijd waarop men naar een rusthuis gaat kan veranderen, dus kan ook de gemiddelde verblijfsduur in een wzc afnemen.’

 

Evolutie

Pacolet wijst er ook op dat de mogelijke evolutie van de geneeskunde nog een flinke duw in de rug kan betekenen. ‘De geneeskunde evolueert, waardoor de gemiddelde leeftijd waarop men naar een rusthuis gaat kan veranderen, dus kan ook de gemiddelde verblijfsduur in een wzc afnemen. Ook als de behandeling van dementie gunstig zou evolueren, kunnen de cijfers er helemaal anders gaan uitzien. Die hypotheses zouden we eigenlijk moeten uitwerken.’

 

Jobcreatie

Uit de sector komt ook het geluid dat er te weinig personeel beschikbaar is op de arbeidsmarkt. Ook dat wil Pacolet nuanceren. ‘In de tabellen die de werkgelegenheid per deelsector tonen, zie ik het aandeel van het personeel dat actief is in de woonzorgcentra fel toenemen. Dat betekent dat men het personeel toch gevonden heeft. Het is natuurlijk wel een jonge sector, daarom is er veel verloop. Dat creëert de indruk dat men altijd aan het rekruteren is.’

De residentiële ouderenzorg is volgens Jozef Pacolet dan ook het uitgelezen terrein om de regeringsambitie jobs, jobs, jobs te realiseren. ‘Het is de sector van de toekomst en dat zal doordringen bij de jongeren. De robotisering zal ook in de ouderenzorg komen, maar dat neemt voorlopig geen hoge vlucht.’

 

Jobs in de zorgsector
Grafiek: Evolutie werkgelegenheid in de voornaamste deelsectoren van de zorgsector (basisjaar 2014= 100). Bron: Pacolet, J., Vanormelingen J, De Coninck A. (2014), Tempus Fugit, Een aggiornamento van toekomstverkenningen voor de zorgberoepen in de Vlaamse Gemeenschap, Leuven, SWVG, https://steunpuntwvg.be/images/rapporten-en-werknotas/tempus-fugit

 

Moeten, in het licht van de actualiteit, de bankiers dan overstappen op de ouderenzorg?
‘Dat is nog niet zo’n absurd idee. Tenslotte hebben zij een levenservaring en een zekere contactvaardigheid die goed inzetbaar zijn in de ouderenzorg. Decennia terug werd de voorspelling gemaakt dat de banksector weleens de staalsector van de toekomst zou zijn, met overcapaciteit en inkrimping. Dat schijnt zich nu te realiseren, maar ook in tal van andere sectoren komt dit voor.

 

De gezondheids- en ouderenzorg zullen wél toenemen, en de jongeren kiezen er nu al massaal voor bij hun opleiding. Het kan een werkplek worden voor wie bedreigd wordt door werkloosheid. Vooral de ouderenzorg zal sterk toenemen, zoals geïllustreerd in de tabel. En in de zorgsector zijn niet alleen de zorgberoepen actief. Men heeft er tal van andere functies: onderhoud, techniek, informatica, administratie, management, …

 

WINST EN VERLIES

Het onderzoek van Jozef Pacolet bracht voor het eerst sinds jaren de boekhoudkundige cijfers van de volledige markt van de woonzorgcentra in beeld. Samen realiseerde de sector een omzet van meer dan 3,3 miljard euro in 2012. Op die omzet boekte de sector een verlies van 55 miljoen euro. Er zijn wel grote verschillen tussen de types aanbieders:

  • De commerciële wzc’s maakten een bescheiden winst van 3,8 miljoen euro. Een deel van de winstmarge gaat hier waarschijnlijk naar de beleggers in ‘zorgvastgoed’ en verdwijnt uit het beeld. Hun rol moet verder worden onderzocht.
  • De vzw’s hebben de meeste winst in de boeken: 55 miljoen euro. Zij hebben het historische voordeel dat ze meer RVT-bedden uitbaten en die zijn ruim beter gefinancierd.
  • Dan heb je de openbare woonzorgcentra, die 114 miljoen euro verlies maken. Dat heeft onder andere te maken met een lagere dagprijs voor de bewoner en met een andere samenstelling van het personeelsbestand. Het zijn dan de lagere overheden die de verliezen bijpassen.

‘Maar, ze zijn wel deficitair en dat is uiteindelijk niet duurzaam’, zegt Jozef Pacolet.

 

OVER JOZEF PACOLET

Prof. Dr. Jozef Pacolet (1951) is hoofddocent en hoofd Onderzoeksgroep Verzorgingsstaat en Wonen van het HIVA-Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij studeerde economie aan de Katholieke Universiteit Leuven en promoveerde er in 1989 op de marktstructuur en de schaalvoordelen in de Belgische financiële sector. Sinds 1983 doet hij aan het HIVA-onderzoek over de relatie economie en verzorgingsstaat met specifieke interesse voor de relatie economie, vergrijzing en sociale bescherming en de organisatie van de zorgsector, op zowel micro-, meso- als macro-vlak.