Niet uw diploma, maar uw vaardigheden en werklast moeten vanaf nu bepalend zijn voor het loon dat u krijgt. Een nieuwe functieclassificatie voor de zorgsector, die alvast in voege kwam in de federale zorginstellingen, bewaakt dat principe nu. Maar in veel andere sectoren, zoals in de Vlaamse sectoren en de woonzorgsector, is het nog wachten.
 

Een functiebarema voor een klerk of een stenotypist: het zijn jobs niet meer van deze tijd zijn, en vanaf dit jaar dus ook geen officiële loonbarema’s krijgen. Maar het nieuwe functieclassificatiemodel voor de federale zorgsector, dat het Instituut voor Functieclassificatie (IF-IC) opstelde, dient meer doelen dan alleen maar het wegstrepen van verouderde functies. Veel belangrijker is het feit dat het loon van medewerkers in de zorg niet meer wordt bepaald door diploma’s, maar volgens het werk dat ze doen. Inhoud en de functie, en hoe zwaar ze is op mentaal en fysiek gebied voor de medewerker, worden een veel bepalender element.
 

In de nieuwe sectorfuncties en baremaklassen die het IF-IC momenteel aan het opstellen is, wordt er onder meer rekening gehouden met indicatoren als vakkennis, verantwoordelijkheid, probleemoplossend vermogen, communicatie, en verzwarende omgevingsfactoren.
 

Jarenlang overleg
Het is het resultaat van een jarenlang overleg tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, dat voor één deel van de zorgsector alvast werd bekrachtigd door de federale regering: sinds 1 januari van dit jaar vallen alle werknemers in de federale zorginstellingen, zoals algemene en psychiatrische ziekenhuizen, thuisverpleging, diensten voor het bloed van het Rode Kruis, revalidatiecentra, forensische psychiatrische centra en de wijkgezondheidscentra, onder de niewue regeling. De nieuwe functieclassificatie dekt nu in principe ongeveer 150.000 werknemers. Er werd aan de zijde van de federale regering een budget klaargezet dat vanaf 2020, wanneer de tweede fase van het project in werking treedt, in 95 miljoen euro per jaar moet voorzien.
 

De regeling kan ook nog continu veranderen. De sociale partners voorzagen in een ‘onderhoudprocedure’, waarin jaarlijks een aantal van de functiebeschrijvingen opnieuw onder het licht worden gehouden. Tegelijkertijd komen er de volgende jaren, in de snel evoluerende zorgsector, ongetwijfeld nog een groot aantal nieuwe functies bij, die eveneens moeten worden beschreven en van een loonschaal voorzien.
 

Lang verhaal
Natuurlijk zijn er nog heel wat medewerkers in de zorgsector die nog niét onder het nieuwe classificatiesysteem vallen. De Vlaamse sectoren (zoals opvoedingsinstellingen en gehandicaptenzorg), de woonzorgcentra en de revalidatiezorg wachten nog op een eigen regeling. Binnenkort wordt er ook een project gestart voor instellingen uit de openbare non-profit.
 

Hoe lang het nog zal duren voordat ook die sectoren binnen een soortgelijke regeling vallen is moeilijk te zeggen. De onderhandelingen voor de federale regeling startten al in 2002, maar het verschil is dat de neuzen van de werkgevers- en werknemersorganisaties ondertussen al wel goeddeels in dezelfde richting staan. Alles is nu afhankelijk van het reken- en planwerk van het IF-IC en de budgetten die de voogdij-autoriteiten kunnen vrijmaken. Er is nog geen akkoord, maar in het Vlaams gewest werd in oktober 2017 wel al een loonstudie uitgevoerd. Het is een lang verhaal, kortom, dat voorlopig nog geen afgesloten einde heeft. Maar de eerste stap is gezet.
 
 
Logo Functieclassificatie