Het aantal ziekenhuizen in Vlaanderen dat geaccrediteerd is, je kan ze al een tijdje niet meer op één hand tellen. Het UZ Leuven is JCI-geaccrediteerd, maar nog voor hun accreditatie waren ze op vlak van hygiëne al een voorbeeld. “De criteria in de Joint Commission International Accreditation Standards for Hospitals waren een bevestiging van ons goede werk én het zorgde voor een nog betere organisatie tussen de dienst ziekenhuishygiëne en de technische dienst”, licht prof. dr. Annette Schuermans toe. Maar hoe zit die organisatie precies in elkaar in zo’n groot ziekenhuis?

 

Annette SchuermansProf. dr. Annette Schuermans is diensthoofd ziekenhuishygiëne in het UZ Leuven en is ook vaak terug te vinden in de KU Leuven. Binnen haar rol in het ziekenhuis heeft ze vaak contact met de technische dienst, want ook daar is hygiëne een belangrijk aspect.

 

“Voor de accreditatietrein op gang getrokken werd, waren we al redelijk goed georganiseerd. Toch heeft het JCI-verhaal voor structuur en een nog betere opvolging gezorgd. Hun boek met standaarden wordt hier weleens de Bijbel genoemd”, lacht Annette Schuermans.

 

Het comité voor ziekenhuishygiëne komt zoals het hoort vier keer per jaar samen, maar om echt vat te krijgen op de opvolging en om vooruitgang te boeken is er meer nodig. “Om de twee maanden steken we de koppen bij elkaar in subgroepen, die we technische secties noemen. Zo is er een technische sectie voor logistiek, eentje voor gebouwen en installaties maar ook een werkgroep rond waterkwaliteit. Binnen elke sectie bekijken we welke standaarden JCI verlangt en hoe wij scoren. In meer dan 90% van de gevallen voldeden we al aan de vereisten en kwam het er gewoon op aan om het aan te tonen, het expliciteren en dan liefst op een georganiseerde manier die houvast biedt. JCI maakt alles dwingender en concreter, wat leidt tot meer controle, betere opvolging en dus meer kwaliteit.

 

 

Wat komt er allemaal aan bod tijdens zo’n technische sectie?

Aan het nut van de technische secties valt niet te twijfelen. We overlopen ter illustratie eens welke punten er zoal ter sprake komen tijdens zo’n bijeenkomst.
 

Technische sectie Infectie / Preventie / Logistiek

  • Er worden steeds meer kleine koelkasten geplaatst, denk maar aan de materniteit. Wie staat in voor de schoonmaak? Wie volgt dit op? Gebeurt dit centraal?
  • Er wordt een toestel gevraagd om lichaamsvocht af te zuigen. Hoe zal de desinfectie hiervan gebeuren? Komt er een onderhoudscontract?
  • UZ Leuven beschikt over een urgentieplan in geval van ebola. Liggen de afschermingspanelen nog steeds op hun plaats, genummerd en gebruiksklaar?

 

Technische sectie Gebouwen en Installaties

  • Luchtkanalen kunnen heel vuil worden. Tijdig ingrijpen is belangrijk. Er werd een controle uitgevoerd: wat zijn de resultaten en zijn er maatregelen nodig?
  • Er zijn heel wat uitgietbakken nodig in een ziekenhuis, voor lichaamsvocht zoals urine of maagvocht. Wat is de ideale uitgietbak waarbij er minst gespat wordt?
  • Het water uit koelfonteinen legt vaak een lange weg af, dus is een controle van de microbiologische kwaliteit wenselijk. Zijn er filters nodig op bepaalde plekken?

 

“Op die manier brengen we alle puntjes aan om ze op een efficiënte manier aan te pakken. Komen we er niet uit voor een bepaald puntje, dan tillen we het een stapje hoger en buigt het comité voor ziekenhuishygiëne of de stuurgroep onroerende investering zich over de kwestie”, schetst Annette Schuermans de werking.

 

“Door elkaar vaker te zien in die kleinere subgroepen kunnen we alles beter opvolgen en heb je direct contact met de mensen die het dichtst bij de feiten staan. Overleg is het sleutelwoord. Dat gaat van kleine zaken zoals Welk type lavabo of wat voor kranen willen we? maar ook grote zoals renovatie- of bouwprojecten. Zo zoeken we momenteel een oplossing voor onze brandwondenafdeling. Over vier jaar verhuizen zij naar een nagelnieuwe afdeling, maar de vloer waarover zij nu beschikken zal het geen vier jaar meer rekken. Wat nu? Als we een volledig nieuwe vloer leggen, dan moeten al die patiënten verhuizen en dat is geen evidente zaak gezien hun gevoelige verwondingen en vatbaarheid voor infecties. Bovendien hebben zij speciale badkamers waar kleine ingrepen uitgevoerd kunnen worden, een soort minioperatiezaal. Kan dat tijdelijk elders ingericht worden en tegen welke prijs? Of kunnen we iets over de vloer gieten om de laatste jaren te overbruggen? Moeilijke keuzes waarbij het aspect hygiëne zeker en vast ook een rol speelt.”

 

 

Wat zijn op hygiënisch vlak de grootste uitdagingen voor de technische dienst?

Annette Schuermans: “De opvolging van de toestellen is volgens mij een van de zwaarste dobbers. De wasmachines, de bedpanwassers, medische toestellen zoals de endoscopen… Ook naar accreditering toe. Ik herinner mij bij onze audit dat een auditeur op een wasmachine botste die niet helemaal in orde was. Dit kwam snel ter ore bij de andere auditeurs en die gingen meteen extra focussen op de wasmachines. Gelukkig bleek dat die ene wasmachine een uitzondering was. Maar je ziet, ze laten niets aan het toeval over. Ook de opvolging van de luchtkwaliteit is geen evidente opdracht. Maar hier in het UZ Leuven beschikken we over een collega (Jean Kruth, nvdr) die alles perfect monitort op dat vlak.”

 

“Waar we binnen ons ziekenhuis wel lang mee sukkelden was de problematiek rond de open plafonds. Plafonds worden meer dan geregeld eens opengelegd, voor werken, maar die bleven soms (te) lang open. Zo creëer je een risico op stof en schimmel. Daarom hebben we actie ondernomen. Voor elk plafond dat je wil openen is er een vergunning nodig. Als je ergens in ons ziekenhuis een open plafond ziet, dan zal er in de buurt een formulier hangen waarop je kan lezen wanneer het plafond openging, waarom het open moest en wanneer het opnieuw sluit. Een strikte aanpak, maar met een heel goede reden.”

 

“Kwaliteit gaat dan ook boven alles en je bereikt meer als er een goede verstandhouding is tussen de diensten onderling. De communicatie tussen de dienst ziekenhuishygiëne en de verschillende technische (sub)diensten is heel goed en dat stemt me tevreden. Als het op techniek aankomt, vinden de mensen het normaal dat alles vlekkeloos functioneert. Als er iets niet goed gaat, wordt er met een zucht snel naar de technici gewezen. Maar je mag niet vergeten wat er allemaal komt kijken bij het draaiend houden van een ziekenhuis op technisch vlak. Mijn respect voor hun werk is groot en ik ben blij dat we zo goed kunnen samenwerken.”

 

 

Dit artikel verscheen in editie 018 van het magazine Zorg&Techniek (zorg.tech)