Teamleden van het reanimatieteam stellen zich vragen naar de zin van hun interventie bijvoorbeeld bij een patiënt met terminaal lijden, of ze hebben het gevoel kansen gemist te hebben omdat ernstig zieke patiënten te laat ontdekt zijn. “Toch zijn er bij driekwart van de reanimaties meer dan zes uur vooraf vroegtijdige tekens van achteruitgang te zien voor de eigenlijke circulatiestilstand. Veelal worden ze niet onderkend of wanneer zij onderkend worden, komt er geen passend antwoord”, opent Tom Verbeke, hoofdverpleegkundige intensieve zorg.

 

Projectteam

“Een projectteam is opgericht om deze vroegtijdige tekens van achteruitgang op te merken en er een passend antwoord op te vinden. Dit team bestaat uit de hoofdverpleegkundige intensieve zorg, een adviserende urgentiearts en verpleegkundigen van de dienst intensieve zorg – algemene waak. Het doel is enerzijds een methode van vroegtijdige detectie (Early Warning Score) met een passend preventief ingrijpen (Rapid Response Team) te realiseren en anderzijds een eenduidig therapiebeperkingsbeleid op te stellen.”

 

Early Warning Score

“Een preventief ingrijpen succesvol laten slagen begint bij de afdelingsverpleegkundige. Hij/zij dient de achteruitgang van de toestand van de patiënt vroegtijdig te detecteren. Dit gebeurt best op een gesystematiseerde en geobjectiveerde manier, eerder dan te vertrouwen op ‘de klinische blik’. Het werkinstrument hiervoor is de Early Warning Score. Concreet betekent dit dat de afdelingsverpleegkundige de waarde van een aantal klinische parameters op het moment van de observatie noteert, namelijk: ademhalingsfrequentie, systolische bloeddruk, hartfrequentie, lichaamstemperatuur en een eenvoudige schaal voor bewustzijn (WAPA). Naarmate de parameters (positief of negatief) meer afwijken van de normale waarde, worden strafpunten toegekend. De som van deze strafpunten vormt de Early Warning Score voor deze specifieke patiënt en kan variëren tussen 0 en 18. Indien deze EWS 5 of meer bedraagt, belt de afdelingsverpleegkundige het Rapid Response Team (RRT) op.”

 

Rapid Response Team

“Dit team komt na een oproep ter plaatse aan bed om samen met de afdelingsverpleegkundige de toestand van de patiënt te beoordelen. Dat vraagt van de RRT- leden een grondige kennis van ziektebeelden van de kritiek zieke patiënt en goede sociale vaardigheden om afdelingsverpleegkundigen te coachen. De verkregen informatie wordt dan via een gestructureerde manier (SBAR) gecommuniceerd naar de behandelend arts. De arts beslist dan op basis hiervan aanvullende diagnostiek te organiseren en een therapie te starten. Het doel is de patiënt op de afdeling te houden.

 

Gestructureerde communicatie

“Om een eenduidige en gestructureerde communicatie mogelijk te maken gebruikt men de SBAR-methode. Door het gebruik van een systematische vragenlijst weten zowel zender als ontvanger welke onderwerpen in het gesprek men zeker moet vermelden. Deze systematiek is van belang bij het oproepen van het RRT, maar nog meer bij het telefonisch overleg met de behandelend arts of een intensivist die niet noodzakelijk bij het gebeuren aanwezig is en de patiënt dus niet kan observeren”, verwoordt Dr. Van Sassenbroeck, urgentiearts spoedopname en medisch adviseur RRT-project.

 

Inspanningen

“De opstart van een RRT-project vraagt een forse investering van de verpleegkundige en medische staf. Behalve in opleiding en sensibilisering van personeel, werd geïnvesteerd in bijkomende monitors en zuurstofsaturatiemeters om het afnemen van de parameters op de afdeling te versnellen. Een belangrijk ondersteunend project zal de geautomatiseerde registratie van de EWS zijn. Binnen het bestaande elektronisch medisch dossier wordt een module ontwikkeld voor de registratie van alle parameters en interventies. Dit laat de RRT-verpleegkundige toe om de EWS van alle patiënten op verpleegafdelingen van op afstand te volgen, waardoor zij reeds vóór een oproep kunnen ingrijpen.”

 

Voorlopige resultaten

“Het opstarten van EWS heeft ervoor gezorgd dat verpleegkundigen de patiënt frequenter beoordelen. Dit werd aangetoond met een ‘vóór-&-na’-studie op de afdeling cardiologie-pneumologie. Vooral in een laatdienst en gedurende de nachtshift wordt de patiënt frequenter beoordeeld. Dit maakt dat verpleegkundigen vroegtijdige tekens van achteruitgang opmerken en een reanimatie effectief vermeden wordt. Over een periode van 1 jaar is het aantal onverwachte reanimaties met meer dan 80% gereduceerd”, besluit Tom Verbeke.