Wie beheert je vermogen en komt je (financiële) verplichtingen na als je daar zelf niet meer toe in staat bent? Met een zorgvolmacht leg je duidelijk vast wat er moet gebeuren als je je ooit in die situatie bevindt.

 

Je wordt een dagje ouder en je gezondheid wordt labieler. Er komt een zware operatie aan en je wil graag enkele voorzorgen nemen. Of je anticipeert gewoon op onverwachte omstandigheden die je te beurt kunnen vallen. Wat je motivatie ook is, met een zorgvolmacht kan je in elke levensfase anticiperen op de situatie waarin je zelf niet langer in staat bent om je vermogen te beheren.

 

Zorgvolmacht

 

In tegenstelling tot wat de naamgeving doet vermoeden, heeft de zorgvolmacht geen betrekking op beslissingen omtrent te genieten of te weigeren zorg – waarop kan worden geanticipeerd via de wilsverklaring (zie verder) – maar enkel op het beheer van je vermogen.

 

Prof. Annelies Wylleman, verbonden aan de vakgroep Metajuridica, Privaat- en Ondernemingsrecht van de rechtsfaculteit Gent: “De zorgvolmacht is een lastgevingscontractwaarbij je zelf aan één of meerdere personen naar keuze, de bevoegdheid geeft om jouw vermogen te beheren van zodra jij daartoe zelf tijdelijk of blijvend niet meer of niet goed meer in staat bent omwille van je gezondheidstoestand. Op die manier komt de continuïteit van je betalingen niet in het gedrang en zijn er zelfs meer ingrijpende transacties mogelijk die het verdere verloop van je leven niet hypothekeren (vb. verkoop woning, schenking,….).”

 

Hoewel de zorgvolmacht sedert 1 september 2014 in het leven werd geroepen (door de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid) blijkt dit type volmacht tot nog toe onbekend bij heel wat patiënten en hun mantelzorgers.

 

In az groeninge Kortrijk loopt momenteel een informatietraject voor mantelzorgers waarin de diverse uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd, in enkele sessies aan bod komen. Ann Bracke, juridisch stafmedewerker van az groeninge, nam de sessie over de zorgplanning voor haar rekening.

 

Ann Bracke
Ann Bracke

Ann Bracke: “Hoewel sommige patiënten de weg naar de zorgvolmacht al hebben gevonden bij opname in het ziekenhuis of de notaris nog verzoeken daartoe naar het ziekenhuis te komen, zijn de meeste patiënten nog niet vertrouwd met de mogelijkheden van een zorgvolmacht.

 

Nochtans is het een eenvoudig instrument om zonder gerechtelijke tussenkomst (vandaar de naam “buitengerechtelijke bescherming”) je financiële continuïteit veilig te stellen voor wanneer je wilsonbekwaam wordt.  Om over een rechtsgeldige zorgvolmacht te beschikken, moet je een lastgevingsdocument opmaken (onderhands) of laten opmaken (notarieel) dat vervolgens geregistreerd wordt in het Centraal Register van Lastgevingsovereenkomsten (CRL).

 

Een  notariële zorgvolmacht is vereist wanneer je daarin het mandaat geeft aan de lasthebber om namens jou rechtshandelingen te stellen die na uitvoering overgeschreven moeten worden op het hypotheekkantoor (vb. voor de verkoop van onroerend goed, …). Is dat laatste niet het geval, dan kan je de zorgvolmacht even goed zelf opstellen en ze vervolgens, na een voor eensluidend verklaard afschrift te hebben verkregen op de burgerlijke stand van je gemeente, aanbieden voor registratie aan de griffie van het vredegerecht bevoegd voor je verblijfplaats. Zowel de notaris als de griffie zijn verplicht de volmacht te registreren in het Register binnen de 15 dagen na verzoek.”

 

Alle volmachten (vb. ook bankvolmachten) die ná 1 september 2014 werden verleend en niet werden geregistreerd, gaan teniet bij wilsonbekwaamheid van de lastgever.  Volmachten die dateren van ervoor, blijven in dat geval wel nog geldig.

 

Prof. Wylleman: “Die registratie heeft een belangrijke signaalfunctie. Een lasthebber die een geregistreerde zorgvolmacht kan voorleggen hoeft zich in relatie tot derden immers op geen enkele andere manier meer te legitimeren of aan te tonen dat de lastgever wilsonbekwaam is geworden alvorens hij een hem toevertrouwde handeling kan stellen. Evenmin moet de rechter die zorgvolmacht eerst uitvoerbaar verklaren. Anderzijds is een derde die te goeder trouw handelt met een lasthebber ook beschermd tegen onrechtmatige handelingen van de lasthebber. Die laatste is immers zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop hij de volmacht uitvoert.

 

Je kan in je zorgvolmacht een bepaald controlemechanisme opnemen, door te voorzien dat de lasthebber zich op geregelde tijdstippen of voor bepaalde handelingen moet verantwoorden bij een door jou aangeduide derde. Heb je dit niet gedaan, dan kan elke derde die meent dat de zorgvolmacht onzorgvuldig of fout wordt uitgeoefend zich tot de vrederechter wenden om de uitvoering van de lastgeving te beoordelen. De vrederechter kan in dat geval specifieke voorwaarden opleggen aan de lasthebber of de zorgvolmacht vervangen door of combineren met een gerechtelijke beschermingsmaatregel.”

 

Kan je lasthebber op basis van een geregistreerde zorgvolmacht dan eender welke handeling met betrekking tot jouw vermogen stellen?

 

Annelies Wylleman
Annelies Wylleman

Prof. Wylleman: “Dat hangt ervan af welke volmacht je gegeven hebt. Je kan een algemene of bijzondere volmacht geven. Bij een algemene zorgvolmacht kan de lasthebber alle daden van beheer met betrekking tot je vermogen stellen (vb. betalen facturen, innen huurgelden,…). Als daarbij ook uitdrukkelijk vermeld wordt dat die algemene volmacht ook slaat op daden van beschikking (vb. de verkoop van een woning), dan heeft de lasthebber ook de bevoegdheid om dergelijke rechtshandelingen te stellen voor de lastgever. Je kan ook een bijzondere zorgvolmacht verkiezen; dan geef je aan je lasthebber(s) de bevoegdheid om 1 of meer specifieke daden van beschikking met betrekking tot je vermogen te stellen. Voor het verrichten van een schenking in je naam is een bijzondere opdracht vereist. Die bijzondere volmacht kan ook wel in een algemene zorgvolmacht mee opgenomen worden.

 

Je kan één of meerdere lasthebbers aanduiden, die afzonderlijk (vb. vennoot voor zakelijke beslissingen en echtgenoot van andere) of gezamenlijk, dan wel de ene bij gebreke aan de andere kunnen optreden. De aangeduide lasthebber(s) moeten de lastgeving wel aanvaarden. Zij kunnen in jouw plaats optreden vanaf het moment waarop jij ze bevoegd hebt verklaard.

 

Het feit dat je een zorgvolmacht hebt opgesteld, belet niet dat je zelf handelingsbekwaam blijft, in de mate dat je nog wilsbekwaam bent uiteraard. Onder diezelfde voorwaarde kan je de zorgvolmacht ook te allen tijde wijzigen of intrekken. Er is met name een verschil tussen de aanvang van de lastgeving en de aanvang van de buitengerechtelijke bescherming.

 

Ann Bracke: ”De lastgeving kan ingaan op eender welk door jezelf gekozen moment. Oudere mensen die zich niet langer willen inlaten met financiële beslommeringen kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om de lastgeving meteen te laten ingaan. De lasthebber zal in dat geval reeds de handelingen stellen die hem zijn toevertrouwd, niettegenstaande je eigenlijk zelf nog wilsbekwaam bent. De buitengerechtelijke bescherming daarentegen zal pas ingaan van zodra je wilsonbekwaam bent. In je zorgvolmacht kan je het aan je lasthebber overlaten om te bepalen wanneer hij moet optreden omdat jij niet langer wilsgeschikt bent. Je kan het ook anders regelen en (laten) opnemen dat het moment van wilsonbekwaamheid zal worden bepaald door twee van mekaar onafhankelijke artsen, zodat je je lastgever niet met deze verantwoordelijkheid hoeft op te zadelen. Indien hierover toch onzekerheid zou ontstaan, kan elke belanghebbende zich tot de Vrederechter wenden om een beslissing af te dwingen.”

 

Heb je helemaal niets geregeld voor je vermogen en word je op een bepaald moment wilsonbekwaam, dan zal een gerechtelijke bescherming zich als subsidiaire maatregel opdringen.

 

Ann Bracke: “Ben je gehuwd en heb je nog een wilsbekwame echtgenoot, dan kan deze aan de familierechtbank een indeplaatsstelling vragen. Dit betekent dat de rechter jouw echtgenoot/echtgenote machtigt om zich in jouw plaats te stellen en alle rechtshandelingen te stellen in verband met het beheer van jouw vermogen. Ben je niet gehuwd of is je echtgenoot niet meer in staat om een indeplaatsstelling uit te oefenen, dan zal een bewindvoering over de goederen en/of de persoon noodzakelijk zijn.”

 

 

Zorgvolmacht schema

 

 

Prof. Wylleman: “Een bewindvoering kan door elke belanghebbende worden aangevraagd, dus ook door ziekenhuizen waar de patiënt voor langere tijd verblijft. De betrokkene blijft handelingsbekwaam behalve voor die handelingen waarvoor hij/zij uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard door de vrederechter. De vrederechter zal in dat geval uitdrukkelijk moeten oordelen omtrent een reeks in de wet opgesomde handelingen met betrekking tot de persoon en de goederen of hij een regime van bijstand (de beschermde persoon kan enkel handelen met bijstand van een aangeduid persoon)  dan wel vertegenwoordiging (de beschermde persoon kan niet langer zelf handelen) instelt.”

 

Het is verstandig om samen met je zorgvolmacht ook een wilsverklaring op te stellen, waarmee je zelf je toekomstige zorg uittekent. In een wilsverklaring geef je aan, op een moment dat je nog wilsbekwaam bent, welke zorg je wel of niet meer wenst van zodra je wilsonbekwaam bent. Ook hier geldt er weinig formalisme, behoudens in het geval je een euthanasieverklaring voor de toekomst wil laten registreren – in welk geval een opgelegd modelformulier gebruikt moet worden –  dan wel verzet aantekent tegen de wettelijk voorziene orgaandonatie. 

 

Ann Bracke:  “Voor de wilsverklaring werken wij zelf graag met het model dat door o.a. Manu Keirse werd opgesteld (te downloaden op www.palliatief.be), omdat dit alle aspecten van zorgplanning (met uitzondering van de zorgvolmacht) omvat. Je hoeft dit document nergens officieel te laten registreren, maar wel bij zoveel mogelijk personen bekend te maken en bij voorkeur ook te laten opnemen in je medisch dossier (zowel bij huisarts als in ziekenhuis). Patiënten hebben er belang bij de wilsverklaring weloverwogen en specifiek in te vullen. Zo kan je bijvoorbeeld aangeven dat je wel/niet nog kunstmatige voeding wenst of gereanimeerd wil worden. Indien je daarbij niet preciseert in welke omstandigheden die voorkeuren van toepassing zijn, kan dit aanleiding geven tot interpretatieproblemen.”

 

Heb je helemaal geen wilsverklaring opgesteld tegen de tijd dat je wilsonbekwaam bent, dan biedt de wet op de patiëntenrechten soelaas. Daarin is voorzien dat de wettelijke vertegenwoordiger (ouders in geval van minderjarigen), de benoemde vertegenwoordiger (door jou aangeduid via geschrift) of de bewindvoerder het, de ene bij gebreke aan de andere, van jou overnemen. Zijn die er niet of wensen zij niet op te treden,  dan voorziet de wet op de patiëntenrechten in een cascade van informele vertegenwoordigers (samenwonende echtgenoot/wettelijk of feitelijk samenwonende, meerderjarig kind, ouder, meerderjarige broer of zus).  In geval van conflict tussen bovengenoemde vertegenwoordigers of indien er niemand beschikbaar is, beslist de zorgverlener in multidisciplinair overleg.

 

Sommige aangelegenheden die je zou willen regelen (vb. keuze van woon- en zorgcentrum) hebben een gemengd karakter in die zin dat ze zowel een impact hebben op je vermogen als een bepaalde zorgkeuze impliceren. De vraag stelt zich dan welk instrument, de zorgvolmacht dan wel de wilsverklaring, hiervoor aangewezen is?

 

Prof. Wylleman: “Zolang de beoogde handeling (in casu het tekenen van een overeenkomst met een woon-zorgcentrum) overwegend het vermogen aanbelangt, kan je gebruik maken van de zorgvolmacht. Aangezien de keuze voor een bepaald verblijf wel degelijk een aanzienlijke pecuniaire weerslag heeft, kan je dit perfect via de zorgvolmacht regelen”.

 

Kortom, patiënten hebben er alle belang bij om, zo lang zij hier nog toe in staat zijn, in alle openheid de dialoog aan te gaan met hun mantelzorgers en hun wensen en voorkeuren op gebied van vermogensbeheer en zorg kenbaar te maken. De patiënt zelf kan op die manier zijn toekomst met vertrouwen tegemoet zien en de mantelzorger krijgt meer houvast om zijn al moeilijke opdracht naar behoren te vervullen.