WZC James Ensor nodigt familie residenten uit om samen gezellig te tafelen

 

James Ensor refereert uiteraard aan Oostende. Langs de Nieuwpoortsesteenweg werd vorig jaar een heel fraai gebouw in gebruik genomen als WZC met de naam van de kunstenaar. De ingebruikname van de tweede vleugel dateert pas van januari dit jaar. Annemie Allossery zweert in haar directeursfunctie vooral bij een ‘front office’ invulling – te midden de mensen – en kan daarvoor bogen op een jarenlange ervaring in een veel kleinschaliger rusthuis: in de vestiging van de vzw Buurthuis begon ze destijds als verpleegkundige en beklom er snel alle trappen van de hiërarchie.

 

Dit complex kan onmogelijk kleinschalig genoemd worden en werkt bovendien onder de vlag van Orpea?

“We startten in juni vorig jaar een samenwerking met de groep Orpea op. Dezelfde maand hebben we de verhuis gedaan van de oudbouw (in de Raversijdestraat te Oostende), waar er 40 erkende bedden waren. Dat gebouw was echt niet meer aangepast aan de normen voor zwaar zorgbehoevenden, maar beschikte wel over een sterke dynamiek, want we werkten jarenlang met een vaste personeelsgroep. Voor de 38 bewoners die mee verhuisden, en zeker voor de mensen tussen 90 en 100, was dit een cultuurshock. Het was als het ware een verhuis van een caravan naar een kasteel!”

 

Hoe zit het vandaag met de bezetting van het WZC?

Directeur Annemie Allossery
Directeur Annemie Allossery

“Amper zeven maanden later zijn we al bijna verdriedubbeld, want we hebben nu 95 residenten. We zijn opgestart in vleugel B. Vleugel A was oorspronkelijk voor de lente voorzien, maar door de grote vraag hebben we het aanbod een beetje versneld en zijn we al open sinds januari. Op één kamer na is alles er intussen in gebruik. Het succes heeft veel te maken met dat van Oostende. Wij hebben vooral belangstelling van tweede verblijvers: mensen uit het binnenland die vanuit hun locatie in de buurt heel de evolutie van het gebouw gezien hebben vanaf de eerste baksteen. Er heerst een gezonde interesse voor – hoe moet ik het noemen? – het comfort van een zorghotel met de warmte van de zorg. Want dat is de vzw Buurthuis met de integratie van Orpea. Orpea staat voor het comfort van wonen en comfort van de hotelfunctie, en met het ouderenpubliek tevens de injectie van kwaliteitszorg.

 

Buitenstaanders komen hier soms binnen met het idee dat het om een ‘oudemannenrusthuis’ gaat, maar die perceptie is heel vlug weg. We hebben een aantal koppels waarvan één van de partners op de sukkel begon te geraken: we stellen vast dat de tweede partner die absoluut niet hulpbehoevend is, zich hier ook goed thuis voelt. Uiteindelijk willen wij vooral een thuisvervangend milieu bieden, geen hotel.”

 

Heeft die valide partner dan het statuut van mantelzorger?

“Nee, want wij hebben ook 33 RVT-bedden. Wij behandelen die valide residenten met de nadruk op onafhankelijkheid en zelfstandigheid, laten hen vrij in en uit bewegen, laten hen zoveel mogelijk genieten van het zelfstandig wonen binnen een beschermde leefgemeenschap. Bij de tweede, de hulpbehoevende partner, richten we de omkadering meer naar de zorg. Dat heet dan afhankelijkheid. Het is een verhaal van het begin tot het einde dat we samen schrijven en waarbij we anticiperen op de zorgvraag (nvdr. voor de valide partner) op het moment dat die zich voordoet.”

 

Uit hoeveel afdelingen bestaat WZC James Ensor?

“De gesloten dementenafdeling is sinds januari ook operationeel, waardoor we nu met zes afdelingen actief zijn. We groeien, maar proberen zoveel mogelijk afdelingsgebonden te werken, waardoor mensen geen ‘massatoerisme’-ervaringen krijgen.”

 

Naar hoeveel kamers gaat het WZC in totaal en hoeveel mensen zijn er tewerkgesteld?

“Momenteel hebben we een erkenning voor 124 bedden. Die capaciteit kan later eventueel nog uitgebreid worden tot 156 residenten. Deze bijkomende ruimtes zijn voorzien. Er werken hier voor het ogenblik 49 mensen, waarvan 45 fulltime equivalent.”

 

Is dit Witte Huis van Oostende bewust in een golfdecor gebouwd?

WZC James Ensor “Het uitzicht op de golf is inderdaad een absolute eyecatcher. Heel wat residenten komen bewust binnen voor een kamer met zicht op de golf. Het zijn vaak mensen die zelf actief gegolfd hebben of kinderen hebben die golf spelen. De locatie is anders sowieso rustgevend met de aangelegde vijver, de handel en wandel van de eenden en ganzen, en de wandelpaden die uitkomen aan de achterkant van het rusthuis. Het natuurterrein biedt ook mooie vergezichten.”

 

 

Met welk soort activiteiten vooral wil het WZC het thuisgevoel stimuleren?

“We beschikken over wat wij een ankerteam – animatie, kine, ergo – noemen, dat de activiteitenkalenders voor elke dag opmaakt op maat van de resident. Wij passen m.a.w. doelgericht de activiteiten aan volgens de zorggraad. Er is voor elk wat wils, waarbij ik graag benadruk dat die activiteiten een aanbod zijn waar mensen vrijblijvend kunnen aan deelnemen, zoals in een hotel. Iedere maand zijn er verjaardagsfeesten voor de jarige bewoners van de afgelopen maand. Dat is meestal met een optreden. Uitstappen hangen af van de weersomstandigheden. De buitenactiviteiten zijn meestal met mobiele mensen, maar worden ook georganiseerd met rolstoelhouders.”

 

Kwaliteit heeft zijn prijs. WZC James Ensor valt in de hogere categorie wat dat betreft?

“De prijzen variëren vanaf 78 euro voor een standaardkamer (24 m2), volledig gemeubeld en all-in, tot absolute luxesuites (60 m2) die 155 euro/dag kosten. Zelfs voor deze laatste soort is er duidelijk een publiek in Oostende. Dat bestaat niet uit de ‘beau monde’, maar veeleer uit mensen die in zelfstandige beroepen tot zeer hoge leeftijd gewerkt hebben als een paard. Ze komen hier vaak binnen wanneer ze de leeftijd van 90 al overschreden hebben, hun kinderen zijn vaak reeds +70’ers en hun kleinkinderen ook allemaal gesetteld. Vaak hebben die residenten gewoond in een villa of een groot huis.”

 

Hoe zou u de keuken van het WZC omschrijven?

“Als vrij hoogstaand. Normaal zijn het menu’s die opgemaakt zijn door sterrenchef Yves Mattagne (Seagrill/Brussel). Nu, tevredenheid over het eten hangt af van de wens van de resident. Met diens wil houden we zeker rekening binnen het aanbod van bepaalde menu’s. Daar spelen we op in met zoveel mogelijk variëteit.

 

Persoonlijk vind ik heel belangrijk dat we de familie uitnodigen om mee te komen tafelen. De keuken is voorzien op 150 couverts. In de week, maar vooral in het weekend nodigen wij de familie, vrienden en kennissen uit om tegen een vrij schappelijke prijs (nvdr 20 euro voor een volledige maaltijd, aperitief en koffie inbegrepen) te komen lunchen binnen de voorzieningen van het rusthuis. Dat samenzijn gaat zonder de problemen die buitenhuis wel eens voorkomen. Wanneer bijvoorbeeld mama of papa naar het toilet moeten, staan onze mensen graag ter beschikking. Wanneer ze na het eten een dutje willen doen, kan de familie de koffie nemen in onze brasserie. Enzovoort.

 

De formule loopt als een trein. Gemiddeld hebben we op weekenddagen al 30 à 35 mensen die mee komen tafelen. Telkens verloopt die ‘invasie’ in een toffe sfeer. Soms lijkt het wel een half trouwfeest (lacht). Maar het werkt! Ook voor kandidaat-bewoners is een lunch trouwens een heel aangename wijze om kennis te maken met het WZC.”