Het tekort aan opvang in de geestelijke gezondheidszorg is een maatschappelijk probleem dat moet worden opgelost. Een groot deel van die oplossing wordt reeds voorzien door mobiele teams. Wij spraken met Gust Rector, directeur van de Alexianen Zorggroep Tienen, over dit thema.

 

“In de geestelijke gezondheidszorg zien we dezelfde fenomenen als in de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. Iedereen wil graag zoveel mogelijk bij zich thuis verzorgd worden”, legt Gust Rector uit. “In de geestelijke gezondheidszorg is de trend om bedden af te bouwen en om te zetten naar mobiele teams al een vijftal jaar bezig.” Het behandelen van patiënten in de thuisomgeving steunt op vijf uitgangspunten. “Als eerste proberen we om de thuiszorgdiensten die er nu al zijn te ondersteunen. Dan hebben we het vooral over huisartsen, thuisverpleging en gezinshulp. Het is dan zeker niet de bedoeling dat we zelf aan thuiszorg doen, maar dat we de zaken die er al zijn ondersteunen met onze kennis en expertise over geestelijke gezondheidszorg.”

 

Gust Rector
Gust Rector

“Het tweede punt gaat over crisissen die de teams bij de patiënt thuis kunnen beheersen, waardoor het vaak niet meer nodig is dat de persoon opgenomen wordt. De derde functie gaat over de behandelteams die aan huis gaan om mensen met geestelijke gezondheidsproblemen te behandelen en de vierde functie focust vooral op het versterken of ‘empoweren’ van de mensen door middel van vaardigheidstrainingen, contactmogelijkheden en activeringstrajecten. Mensen die vereenzaamd zijn, hebben een mindere kwaliteit van leven. Daarom vinden wij ontmoetingscentra zo belangrijk, daar kunnen ze terecht voor een zinvolle en een prettige dagbesteding. Als vijfde en laatste luik hebben we de huisvesting. Voor mensen die het wat minder breed hebben is het natuurlijk ook van belang dat zij een aangepaste woning vinden.”

 

Motivatie

“De motivatie van de mobiele teams is heel groot”, vertelt Gust Rector. “De medewerkers staan echt achter deze vorm van behandeling. Natuurlijk moet ook de maatschappij een stuk bereid in zijn om hierin tegemoet te komen. De patiënt moet zich aan de maatschappij aanpassen, maar omgekeerd geldt dat even goed. Het vraagt een zekere tolerantie om een patiënt als buur te hebben. De persoon in kwestie moet er mee leren leven dat er soms wat minder aangepast gedrag vertoond wordt.” De mobiele teams worden al heel wat ingezet merkt Gust Rector op. “Ik kan enkel concreet spreken over mijn eigen regio, Tienen-Landen, maar daar worden op 100 000 inwoners zo’n 170 mensen begeleid op die manier. Op dit ogenblik is er ook een wachtlijst aangezien we niet over voldoende beschikbare medewerkers beschikken om de mobiele teams te versterken”, legt Rector uit.

 

“Ook voor de zorgverleners zelf betekende het werken in de mobiele teams natuurlijk een aanpassing. Zij komen nu bij de patiënt thuis en dan krijgen ze uiteraard te maken met het onverwachte. Er steken dan wel een aantal bezorgdheden de kop op, maar die volgen we allemaal heel goed op. Het voordeel is alleszins wel dat de zorgverlener de thuissituatie van de patiënt te zien krijgt en hier dus direct veel informatie uit kan halen. De levenskwaliteit is op die manier veel beter in te schatten. Een klein nadeel is wel dat het team vaak investeert in verplaatsingen en dat dit niet altijd even efficiënt gebeurt. Soms is de patiënt bijvoorbeeld niet thuis en dan heeft het team er heel wat kilometers op zitten voor niets. Alles bij elkaar is de evaluatie van onze kant echter heel positief”, besluit Gust Rector.