Extra scanners en eigen cyclotron bij heropening van de dienst

Zaterdag 2 december opende de dienst Nucleaire geneeskunde van het UZ Gent officieel haar deuren na een grondige renovatie. De capaciteit is fors uitgebreid. De vroegere wachttijd van 3 à 4 weken bedraagt nu nog maar enkele dagen. Nieuwe scanners en een eigen cyclotron maken het mogelijk om zeer gerichte radioactieve stoffen te gebruiken in een zeer kleine dosis. Het team van prof. dr. Brans kan zo nieuwe onderzoeken opzetten om specifieke kankers op te sporen en te behandelen. Het onderzoek naar terugkerende prostaatkanker zal er de vruchten van plukken.

 

Een eigen deeltjesversneller

Nucleaire geneeskunde gebruikt radioactieve stoffen (tracers) om bepaalde ziekten op te sporen en te behandelen. Prof. dr. Brans legt uit: “Aangezien elk onderzoek zijn eigen tracer heeft, hebben we vaak nieuwe tracers nodig. We ontwikkelen die in onze eigen cyclotron, onze kleine deeltjesversneller, die vlakbij de nieuwe dienst ligt. Dat maakt de afstand tussen het lab en de patiënt klein met een zeer kleine stralingsdosis tot gevolg.” De ‘warme’ zones, waar met radioactiviteit wordt gewerkt, zijn met 75 ton lood afgeschermd.

 

Onderzoek naar terugkerende prostaatkanker

Wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe tracers start meestal bij een specifieke klinische vraag. Zo ontwikkelde het team van prof. dr. Brans net een gevoeligere scantechniek om terugkerende prostaatkanker op te sporen. De patiënten krijgen een specifieke tracer ingespoten die op zoek gaat naar kankercellen in de prostaat of uitzaaiingen op andere plaatsen. Het PET-toestel laat de plaatsen oplichten waar de tracer in contact komt met de kankercellen. Zo weet de arts waar een behandeling nodig is.

 

Angst wegnemen

60% van de patiënten komt in het kader van een kankeronderzoek. “We zien die mensen op een erg kwetsbaar moment”, zegt professor Brans. “De onderzoeken klinken futuristisch, maar moeten vaak over een mogelijk ernstige diagnose uitsluitsel brengen. Met de renovatie hebben we nu de juiste techniek én de juiste infrastructuur om patiënten met de nodige menselijke zorg te omringen.”