Een fase II-studie in dertien Europese centra, waaronder UZ Leuven, heeft aangetoond dat patiënten met een zeer zeldzame tumor baat hebben bij een behandeling met het antikankergeneesmiddel Crizotinib. Bij 50 procent van de deelnemende patiënten met een ALK-positieve Inflammatoire myofibroblastische tumor kromp de tumor gedeeltelijk of volledig. Bij 100 procent van hen geraakte de ziekte onder controle, dus de toestand van de patiënt verbeterde of bleef stabiel. De studie werd op 15 april gepubliceerd in The Lancet Respiratory Medicine

Inflammatoire myofibroblastische tumoren zijn een zeldzame vorm van wekedelentumoren, die zelf maar 1 procent van alle tumordiagnoses uitmaken. “Er bestaan geen exacte cijfers over hoe vaak inflammatoire myofibroblastische tumoren voorkomen”, vertelt professor Patrick Schöffski van de dienst algemene medische oncologie, die het idee voor deze studie voorlegde aan de European Organisation for Research and Treatment of Cancer en Pfizer inc, de studie uitvoerde en publiceerde. Professor Schöffksi werkte ook het studieprotocol uit en coördineerde de centrale diagnostische testen in UZ Leuven.

“De gevolgen van die zeldzame tumoren zijn niet te onderschatten: ze leiden tot een achteruitgang van het algemene functioneren, een verstoorde orgaanwerking en sterfte. De standaardbehandeling is een operatie. Het volledig wegnemen van de tumor is echter vaak onmogelijk door de nabijheid van vitale organen. Inflammatoire myofibroblastische tumoren zijn bovendien dikwijls resistent tegen conventionele chemotherapie en radiotherapie, waardoor er weinig behandelingsmogelijkheden overblijven voor patiënten bij wie de tumor niet kan worden weggenomen of bij wie de tumor terugkomt.”

Inflammatoire myofibroblastische tumoren hebben vaak afwijkingen in het ALK-gen. Prof. dr. Schöffski wilde daarom de effectiviteit van de ALK-remmer Crizotinib testen als een mogelijke behandeling. Professor Schöffski en collega’s van dertien centra in acht Europese landen registreerden 35 patiënten met inflammatoire myofibroblastische tumoren voor de EORTC 90101-studie. “Bij slechts 24 patiënten kon de dienst pathologische geneeskunde van UZ Leuven de diagnose van een inflammatoire myofibroblastische tumor effectief bevestigen.”

Van de 24 patiënten waren 16 ALK-positief, 8 ALK-negatief. 12 en 8 van deze patiënten zijn met de behandeling met crizotinib gestart. Bij 12 en 7 patiënten kon de respons beoordeeld worden. “Gezien de zeldzaamheid van de aandoening was een meer grotere vergelijkbare, gerandomiseerde studie niet mogelijk. Het heeft trouwens meer dan vijf jaar geduurd om 24 patiënten met de juiste diagnose in Europa te vinden,” verduidelijkt professor Schöffski.

In de studie reageerde 50 procent van de twaalf patiënten met ALK-positieve inflammatoire myofibroblastische tumoren op de behandeling met Crizotinib: twee van hen volledig, vier gedeeltelijk. Bij de zeven ALK-negatieve patiënten had maar één patiënt een objectieve respons (14.3 procent).

“Die objectieve responsgraad achterhalen was het prioritaire doel van de studie omwille van het ontbreken van referentiedata over het overleven van patiënten met deze zeldzame kanker,” licht prof. dr. Schöffski toe. “Daarnaast wilden we te weten komen met welke graad de ziekte onder controle was. Dat werd gedefinieerd als het aantal patiënten die volledig of gedeeltelijk reageerden op het geneesmiddel of bij wie de ziekte stabiel bleef. De graad was 100 procent bij de ALK-positieve patiënten.”

“De studie toont aan dat het identificeren van een genetische afwijking bij zeldzame kankers kan helpen om nieuwe behandelmethodes te vinden voor patiënten die anders weinig opties hebben”, besluit professor Schöffski. “Dit is de eerste ziektespecifieke klinische studie met Crizotinib bij volwassen patiënten met ALK-positieve en ALK-negatieve tumoren en de grootste reeks in de literatuur. Dankzij de studie kregen we meer inzicht in de werking van het geneesmiddel Crizotinib en in deze zeldzame ziekte.”

UZ  Leuven toont met deze studie zijn voortrekkersrol bij de behandeling van zeldzame ziekten aan. De studie kwam tot stand met ondersteuning van de European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC) en Pfizer Inc. Ze werd op 15 april door professor Schöffski toegelicht op de jaarlijkse meeting van de American Association for Cancer Research (AACR). De studie werd die dag ook gepubliceerd in de The Lancet Respiratory Medicine.